In de eerste week van april 1969 werd Ray Davies er door een kennis op gewezen dat bassist Pete Quaife tijdens een interview in de NME had vermeld dat hij The Kinks had verlaten. Sterker nog, er was een foto te zien van Pete Quaife als lid van een nieuwe Brits/Canadese formatie, Mapleoak. Hoe kon het gebeuren dat de Brit een groep kon oprichten met twee Canadezen en een Brit?
Enkele maanden daarvoor had Quaife kennis gemaakt met de Canadees Stan Endersby. Endersby had in Canada als kind al een carrière achter de rug als kind-acteur maar was in de zestiger jaren zoals zoveel jongeren muzikant geworden. Zijn broer Clive was nog steeds acteur en woonde en werkte in London. Toen Stan's groep eind 1968 uitelkaar viel besloot hij naar London te gaan om de muziekscene te verkennen. Hij kreeg onderdak bij zijn broer.
Op een avond werd hij voor een nachtclub aangesproken door een portier die hem aanzag voor een Amerikaan. Nadat Endersby de portier had uitgelegd dat hij Canadees was bood deze zijn excuses aan en nodigde hem uit om binnen te komen in de nachtclub. Er speelde een groep en Endersby vroeg of hij mee mocht spelen. Na afloop van de sessie kwam er een man naar hem toe die zich voorstelde als Bill Fowler van Howe's Agency en zei dat Pete Quaife van The Kinks met hem wilde praten. De tweehadden een klik en vanaf dat moment waren ze bezig met het opzetten van een groep. Kort gezegd materialiseerde deze groep zich grotendeeels toen Endersby tijdelijk terug moest naar Canada en voor een opdracht in Toronto een paar muzikanten nodig had. Na afloop van deze klus bood hij één muzikant, Marty Fisher, een plaats aan in de op te richten groep. Eind maart reisde het duo op kosten van Quaife af naar London om zich bij de bassist en drummer Mick Cook te voegen. De laatste werd overigens, na een tournee door Denemarken, al in juni vervangen door Gordon McBain.
Voor Decca werd januari 1970 de single
Son Of A Gun opgenomen, met als B-kant
Hurt Me So Much. De single werd in het voorjaar van 1970 uitgebracht. Pete Quaife had hoge verwachtingen maar de single deed helemaal niets. Zijn interesse in de groep begon eigenlijk meteen na het floppen van de single af te nemen. Daarbij moet wel aangetekend worden dat Quaife het financieel allemaal droeg. Hij deed de afbetaling op de apparatuur, hij had daarvoor zijn auto al verkocht en dreigde zijn appartement ook kwijt te raken. In april 1970 stapte Quaife uit de groep en vertrok met zijn vriendin naar Kopenhagen.
Het overgebleven trio mocht daarna alsnog een album opnemen. Dat album op zich is helemaal niet onaardig maar absoluut ook geen 'lost masterpiece'. Countryrock die door de combinatie van de toetsen, gitaar en zang af en toe doet denken aan The Band, maar dan eigenlijk een 'poor man's The Band'. Instrumentaal is het allemaal best wel OK, maar onder de groepsleden zat geen enkele grootse zanger.
De aardigste nummers zijn
Sail Away,
Flying Circus en
Frankly Stoned. Op een enkele CD heruitgave is ook de single
Son Of A Gun met de originele B-kant te vinden. Vooral de A-kant is aardig. Een aardig debuutalbum maar de ex-leden McBain, Endersby en Fisher zijn het er wel over eens dat het eigenlijk meteen al mis is gegaan met de keuze voor Decca. Muff Winwood had de groep ook benaderd namens Island en had de groep ook aangeboden om ze te begeleiden. Misschien had er meer voor de groep ingezeten als de ervaren Winwood de groep onder zijn vleugels had genomen.
Voor wie nog een gedetailleerder verhaal over Pete Quaife en Mapleoak wil lezen:
Mapleoak by Nick Warburton - kindakinks.net