Mssr Renard
Dit dubbelalbum is in vier dagen opgenomen en bestaat uit vier sessies in twee bezettingen.
Plaat één (kant a en b) heeft vier composities, waarvan drie door Volker geschreven en één is van de hand van Edu Lobo. Deze sessie (20 en 21 maart 1972) is ingespeeld door een uitgebreid octet in de volgende bezetting: Volker Kriegel (gitaren), Eberhard Weber (contrabas en basgitaar), Albert Mangelsdorff (trombone), Alan Skidmore (sopraan- en tenorsaxofoon), Heinz Sauer (tenorsaxofoon), John Taylor (electrische piano), Cees See (percussie, fluit, effecten, stem) en John Marshall (drums).
Wat direct opvalt is de combinatie van duitse en engelse muzikant (en een Nederlander: Cees See), wat ook in de sound is terug te horen. Nu hebben veel van deze muzikanten al eerder in andere bezetting samengespeeld (bijvoorbeeld Marshall die ook op soloplaten van Weber speelt), maar het is onder bezielende leiding van Volker dat deze groep internationaal befaamde muzikanten zo goed meleren.
Het krachtige drumspel en de soepele baspartijen van Marshall en Weber blijft een perfecte match, vooral in combinatie met het virtuoze en speelse spel van Taylor en de subtiele aanvullingen van Cees. Je zou willen dat dit ritmekwartet meer platen had ingespeeld.
Volker speelt zoals gewoonlijk zowel akoestische als electrische gitaar, en weet daarbij niet alle aandacht naar zich toe te trekken. Het is ook niet de soloplaat van een jazzrockgitarist, maar Volker weet continu de talenten van de grootheden ten volle in te zetten. Zo nu en dan vliegt er een mooie melodieuze solo van Volker doorheen, maar er is ook zoveel ruimte voor de andere solisten.
Op compositorisch vlak is alles prima in orde. De muziek kent elementen uit de jazzfunk, freejazz, latinjazz en jazzrock en brengt de verschillende benaderingen van Duitse en Britse jazzrock nader bij elkaar. Soms ligt de nadruk meer op samenspel en op bijvoorbeeld 'Zanzibar' vliegen de solo's om de oren: Mangelsdorff, Skidmore en Sauer blazen hier de longen uit hun lijf, waarmee de band aangeeft dat Europa zeker blazers van niveau heeft, en dat ook Europa een sterke bop-traditie heeft.
Een waanzinnige trombonesolo op 'Missing Link' van Mangelsdorff onderstreept dat des te meer. Het is ook in deze song dat Volker laat horen dat hij ook lekker kan scheuren op de electrische gitaar en niet onderdoet voor Beck, Holdsworth of DiMeola. De verslavende funkbasis biedt ook voor Skidmore de mogelijkheid om flink van leer te trekken.
Plaat twee (kant c en d) is opgenomen op 22 en 23 maart door een kwintet bestaande uit Volker/Weber/Taylor/See, aangevuld met drummer Peter Baumeister. In deze sessie zijn acht composities gespeeld, waarvan zes van de hand van Kriegel, één van Weber en één van de wereldberoemde Caetano Veloso (Janellas Abertas).
Deze sessie is minder bop-geinspireerd omdat de blazers achterwege zijn gelaten en focust zich vooral op de jazzrock en jazzfunk. Het tempo lijk wat hoger te liggen en er zijn meer solo's van zowel Taylor al Kriegel. De sound lijkt hier een amalgaam van Kraan en Bundles-era Soft Machine. Dat is bijzonder omdat de Soft Machine-connectie hier zonder Marshall en Skidmore niet aanwezig is. Het is dan ook vooral Taylor's spel die de sessie zo Canterbury-ish maakt. Drummer Baumeister stuwt de band richting flinke snelheden en dat lijkt See en Weber wel te bevallen want zij volgen gedwee.
Weber wisselt het spel op de contrabass, electrische contrabas en basgitaar af, waardoor hij soms meer volgt (basgitaar) en dan weer meer aandacht op eist door zijn markante, vloeiende stijl op de staande bas. De meest opvallende compositie is 'Tarang' van Weber genoemd naar het gelijknamige snaarinstrument uit India, waarbij het kwintet 10 minutenlang de jazzfunk laat voor wat het is en de luisteraar meenemen op een trip naar Punjab, India. Een weergaloos muziekstuk en misschien wel één van de mooiste Weber-composities die ik ken.
Het virtuoze akoestische gitaarspel van Kriegel wordt ten volle ingezet op het mysterieuze 'Janellas Abertas', Hierop laat Volker weereens horen waarom tot de top van jazzgitaristen hoort. De freejazzescapade van 'Plonk Whenever' onderstreept ook de veelzijdigheid vam de betrokken muzikanten waarbij Taylor bewijst dat se electrische piano een prima instrument is om op te improviseren en dat jazzrock geen bastaardzoon is van de jazz, en een uitstekend vehikel is om vrijuit te spelen.
Om de luisteraar niet helemaal te ontvreemden sluit deze dubbelaar af met een vrolijke progjazzrocker met een pakkende en hookline dat liefhebbers van bijvoorbeeld Camel of Kraan zou moeten aanspreken. Het 10 seconden durende 'Finale' sluit hier mooi op een middels een klein stukje Western Swing.
De twee sessies verschillen enorm van elkaar, maar passen ook goed bij elkaar, waarbij het een goed idee was om de songs niet door elkaar te laten lopen maar de twee sessies van elkaar te scheiden als ware het twee afzonderlijke studioplaten. Volker Kriegel heeft heel veel hoogstaande platen afgeleverd en ik vind persoonlijk Inside: Missing Link zijn magnum opus, zijn meesterwerk. Eberhard Weber's aandeel verdient hierin ook nog genoemd te worden
Volker verzamelt sltijd de beste muzikanten om zich heen en weet altijd het beste uit hen naar boven te halen. Daarnaast zijn Volker's composities altijd erg goed en divers. Hij woddt niet voor niets de "godfather of german jazzrock" genoemd.