Prima album van deze klarinettist die bij deze sessies leiding geeft aan een volledig New York's kwintet. Vooral de ritmesectie van dit collectief valt op - die bestaat volledig uit de leden van het onvolprezen Thumbscrew (gitarist Mary Halvorson, bassist Michael Formanek en drummer Tomas Fujiwara): één van de fijnste en meest originele freejazz-collectieven waarvan de leden ieder voor zich ook nog eens solide componisten zijn. Eigenlijk weet je met die vaststelling al dat het kwalitatief goed zit. Het kwintet wordt tenslotte vervolmaakt door Ennery Eskelin op de tenorsaxofoon, iemand die in het verleden veelvuldig heeft samengewerkt met Goldberg.
De composities zijn in de kern meer gelegen in het verleden, met de disclaimer dat er op de tweede helft van het album zeker de tijd wordt genomen voor het meer abstracte werk. Er komen swingsecties langs; zo nu en dan klinkt er een ragtime showtune; er is genoeg ruimte voor gevoelige ballades (waarin vooral Halvorson en Goldberg met zijn klassieke New Orleans-sound zich heerlijk kunnen verliezen); we horen wat (post-)bop; dan komt weer kamermuziek voorbij en zo nu en dan sijpelen wat klezmerinvloeden door in het spel van Goldberg (zie bijvoorbeeld ''Long Last Moment'').
Op het eerste gehoor zijn het veelal de lieden van Thumbscrew die de composities een wat eigenzinniger en modern randje geven. Het samenspel tussen de drie ervaren compagnons is zoals altijd om van te watertanden. Fujiwara en Formanek spelen vrij hoekige en ruime ritmes en Halvorson volgt dat voortreffelijk met vrije solo's, dan wel strakke akkoorden waarop vervolgens Goldberg en Eskelin naar hartenlust kunnen soleren. Maar ook Goldberg toont zich, bijvoorbeeld op ''Cold Weather'', als voortreffelijk leider. Daar neemt hij van begin tot eind het voortouw met zijn klarinetimprovisaties en is het juist aan de rest om hem te volgen (en ontsteekt de boel onder zijn leiding in een steeds meer aanzwellende collectieve solo). Of neem ''Chorale Type'', waarin hij in de openingsfase duelleert met Halvorson. Die lijkt daar te fluctueren tussen Django Reinhardt-achtig swingspel, het subtiele ''gepiel'' van Charlie Christian, wat folkstyle fingerpicking en dan haast razendsnelle korte flamencopassages. Goldberg en Halvorson blijven soleren, maar drijven meer naar de achtergrond waardoor Formanek en de tenor van Eskelin aan de hand van Goldberg's spel meer op de voorgrond komen. Eskelin en Fujiwara krijgen vervolgens op ''Thomas Plays the Drums'' de spotlights op hen en tussendoor mag ook Halvorson flink shredden op haar gitaar; de wisselwerking is ontzettend gevarieerd en zo is er genoeg ruimte voor alle medewerkers om hun ei kwijt te kunnen. Het neveneffect is tegelijk dat de plaat nergens als een ''Thumbscrew met blazers-plaat'' gaat klinken zoals vooraf wellicht gevreesd, maar ten aller tijden klinkt als een plaat onder leiding van Goldberg.
Top!