Uit de hoogtijdagen van Steeleye Span is helaas niet veel livemateriaal beschikbaar. Een fan is dus sowieso blij met elke release, maar tegelijkertijd is het jammer dat “Leicester 1978” (op mijn exemplaar staat overigens abusievelijk 1977) uit dezelfde tijd komt als het eerste – en lange tijd enige – live-album “Live at Last”. “Live at Last” werd op 7 maart 1978 opgenomen in Bournemouth, het optreden in de De Montfort Hall in Leicester dateert van 11 februari van dat jaar, enkele weken eerder dus en van dezelfde afscheidstour.
De Steeleye Span-fans kregen aardig wat voor hun kiezen tijdens die tournee. Kirkpatrick en zeker ook Carthy zaten niet te wachten op de luid rockende concerten die de band de voorbije jaren had gegeven en ook niet op het spelen van een greatest hits-set. Het zal niet verbazen dat veel fans dat juist wel verwachtten, dus die waren weer minder gelukkig met de nadruk op folk en onbekende nummers als Montrose of The Duke of Athols Highlanders/Walter Bulwer’s Polka. “Live at Last” en “Leicester 1978” zijn dus zeker niet typerend voor de vele, vele optreden die Steeleye Span in de jaren ’70 heeft gegeven.
Op basis van een
setlist van 5 maart (Peterborough), dus tussen deze twee releases in, weten we dat er ongeveer achttien nummers gespeeld werden. Met uitzondering van Hunting the Wren komen alle nummers op dit album komen ook op die setlist voor, al werd toen geopend met The Boar’s Head. Ook de nummers van “Live at Last” komen daar voor, dus er kan gesteld worden dat met deze twee releases een vrijwel volledig optreden uit de Storm Force Ten-tour gereconstrueerd kan worden. Wel is het spijtig dat het in Peterborough gespeelde The Victory en Treadmill Song op geen van beide voorkomen.
Voor “Live at Last” werden naar mijn mening niet de meest logische keuzes uit het gespeelde materiaal gemaakt (waarbij ik er even vanuit ga dat dit niets met de opnamekwaliteit te maken had): veel niet eerder uitgebracht werk en veel nadruk op het instrumentale. Dit album doet dat toch wel beter. Het is sowieso duidelijker te relateren aan “Storm Force Ten”, waarvan de helft van de nummers gespeeld wordt (en The Boar’s Head Carol was daarbij al een bonustrack), en vier andere nummers staan op eerdere platen.
Alleen al de bloedmooie samenzang op Seventeen Come Sunday en vooral Sweep, Chimney Sweep maakt dit album een aanschaf waard. Ook Rave On, waarover ik bij “Please to See the King” schreef dat de band er vocaal wel wat spannenders mee had kunnen doen, komt hier veel beter tot zijn recht. Een ander hoogtepunt is ook zeker Cam Ye O'er Frae France, alleen al vanwege het samenspel in het intro tussen de basgitaar van Rick Kemp en de accordeon van John Kirkpatrick. Sowieso geldt ook hier wat ik al eerder bij “Live at Last” schreef: de viool van Peter Knight wordt eigenlijk nergens gemist, de accordeon is prima in staat die rol te vervullen, zoals al meteen goed blijkt op Galtee Farmer.
Het was natuurlijk leuker geweest als het gehele concert was uitgebracht in plaats van een deel, en de wens voor uitgaven van oudere optredens van Steeleye Span blijft staan. Toch kan een fan “Leicester 1978” gerust aanschaffen. En hiermee wordt toch wat meer recht gedaan aan de band anno 1978 dan met de wat balsturige uitgave van “Live at Last”.