Met: Christian McBride (bas); Steve Wilson (altsax, sopraansax); Peter Martin (piano); Warren Wolf (vibrafoon); Carl Allen (drums)
Nog een jazzrelease van 2021 die zeker wel wat aandacht verdient. Misschien een beetje gemeen om nu een liveplaat uit te brengen, alsof om ons allemaal te herinneren aan wat we níet kunnen doen. Het betreft hier dan ook opnames van zeven jaar oud, uit december 2014, in misschien wel de meest illustere concertzaal in de jazzgeschiedenis.
Blijkbaar speelt McBride al sinds 2007 samen met het combo 'Inside Straight', maar tot nu toe was het in ieder geval aan mij voorbij gegaan. Bijna bracht deze plaat daar weinig verandering in, want ik moest er wel een beetje aan wennen. Opener 'Sweet Bread' is meteen wel érg licht en vrolijk, en al hoor je meteen dat deze band geweldig op elkaar is ingespeeld en lekker losjes durft te klinken, heel veel indruk laat het niet achter.
Naarmate de plaat vordert, raakte ik steeds meer onder de indruk van de muzikale wereld van Inside Straight (naar ik aanneem genoemd naar de
plaat uit 1973 van Cannonball Adderley). Met een saxofonist die alt en sopraan speelt, een pianist met een vrij actieve rechterhand én een vibrafoon zit het allemaal erg in de hoge registers, met McBride zelf die met zijn sonore basspel het fundament vanuit de lage regionen legt, en met een al net zo sympathieke bromstem tussen de nummers door praatjes maakt met het publiek.
Uitgelaten, virtuoos, publieksvriendelijk maar toch avontuurlijk, Inside Straight is het allemaal. Dat laatste zit vooral in het geweldige samenspel, waardoor de band af en toe volledig los kan gaan met stormachtige notenregens en toch alles helemaal klópt. Je zou het nog postbop kunnen noemen, maar echt experimenteel wordt het zelden (op internet heb ik deze band een paar keer horen vergelijken met de Bobby Hutcherson/ Harold Land band van de late jaren zestig, maar die platen ken ik niet goed genoeg om te weten of die vergelijking klopt). Goed is het wel, bijna tachtig minuten lang. Favorieten hier zijn momenteel het plechtige 'Ms. Angelou' en het juist wat spannendere 'Gang Gang'.
Artistiek wordt er niet per se iets gedaan wat de doorgewinterde jazzliefhebber niet eerder heeft gehoord, en op sommige van de meer uitgesponnen momenten slaat het gevoel van eenheidsworst nog een héél klein beetje toe. Ik ga dus nog niet over tot aanschaf van de dubbel-LP die inmiddels verkrijgbaar is. Maar ze komen volgend voorjaar ook naar Nederland (nog steeds in deze samenstelling) en een kaartje daarvoor gaat wel besteld worden. Dat moet wel echt een belevenis worden (als corona niet weer roet in het eten gooit)!