The Hollywood Years Vol. 2 is het logische vervolg van de gelijknamige eerste volume uit deze tweedelige serie. Het bevat een verzameling aan ideeën, left-overs en andere muzikale zaken die oorspronkelijk bedoeld waren voor films en/of TV-producties, maar uiteindelijk nooit gebruikt of uitgebracht zijn. Zie voor info hierover mijn commentaar bij
Tangerine Dream - The Hollywood Years Vol. 1 (1998).
"South Camora" is best een sfeervol stukje Tangerine Dream-muziek, maar stiekem klinkt dit toch echt wel gewoon als een soort vernieuwde, wat sneller en ritmisch klinkende versie van Edgar Froese's '"Walkabout" van zijn Pinnacles solo-album. Verder is het nummer gebruikt in de film The Keep en zodoende staat deze dan ook op de gelijknamige soundtrack.
"Velvet Sun" is een bescheiden juweeltje die niet per se echt indruk op me maakt, maar wel gewoon een degelijk en eerlijk stukje muziek van Tangerine Dream laat horen.
"Midas Touch" is een typisch voorbeeld van het meer opzwepende werk van de band uit de jaren '90. Een lekker onbezorgd nummer die later een bewerking zou krijgen op
Tangerine Dream - Mona da Vinci (2011).
"City Monk" is mooi...zeker. Alleen bekend terrein, aangezien dit gewoon hetzelfde nummer is als
"Ulan-Ude" van
Tangerine Dream - Transsiberia (1998).
"Lava Levin" is zo'n mooi pareltje die ik voor geen goud zou willen missen. Degelijk, ingetogen en vertrouwd is dit op en top Tangerine Dream zoals ik die graag hoor. In die typische jaren '90-stijl, dat dan weer wel. Maar eerlijk is eerlijk, ook in die, volgens vele artistiek 'mindere' periode, heeft Tangerine Dream mooi materiaal afgeleverd. "Lava Levin" is daarvan een bewijs.
"Cool Ma Bell" begint met een wat simplistisch en goedkoop klinkende jaren '80-beat, maar algauw ontpopt het zich in een enigszins aparte track, waarin het lijkt alsof de band qua sound teruggrijpt naar oude tijden. Het ontaard uiteindelijk in een opvallend nummer en is toch zeker één van de betere van deze compilatie. Verrassend!
"Dare to Change" begeeft zich weer op rustiger vaarwater en is weer een typisch voorbeeld van het meer ingetogen materiaal waar de band in de jaren '90 geregeld mee op de proppen kwam. Nergens bijzonder, maar wel gewoon mooi en vertrouwd.
"Hall of Mirrors" klinkt meer iets uit de jaren '80, o.a. vanwege de opvallende beat, maar ook qua sound doet het denken aan een left-over uit de Hyperborea / Le Parc-periode. Redelijk interessant nummer....
"Token from Birdland" begint redelijk veelbelovend, maar veranderd dan vanwege de dance-beat in iets wat zo op een Dream Mixes-album had kunnen staan. De diverse thema's klinken door het nummer heen mooi en worden zo naar het einde van het album ook zeker beter, maar de beat werkt eerder storend dan dat het van toegevoegde waarde is. E.e.a. zorgt toch voor één van de zwakkere tracks van het album.
"In the Distant Shore" klinkt als een zeker niet verkeerde left-over van Underwater Sunlight. Een heel relaxed nummertje waar weinig mis mee is.
"3rd Angels Gate" klinkt in mijn oren als een soort instrumentale psalm. Heel aardig.
"Silver Moon Lake" klinkt als iets wat zo op een Lily on the Beach gestaan had kunnen hebben. Tegelijkertijd doet het me qua stijl ook erg aan "Dreamtime" denken. Een lekker nummer met sax en elektrisch gitaar.
"Riding the Lizard Overland" klinkt als iets wat zo op een Le Parc had kunnen staan en doet me qua stijl ergens aan "Tiergarten" denken. Alleen dan iets steviger van aard. Echter is dit stiekem een nummer wat voor de film Red Heat is gebruikt (overigens niet te verwarren met de gelijknamige film met Arnold Schwarzenegger, wat een andere film is). Al met al is dit een opvallend goede track en ook zeker één van de beteren van dit album, afkomstig van de soundtrack van een film dit tot op de dag van vandaag nog geen officiële release heeft gekend.
"Walking with a Mandarin" is andermaal een kalm en mooi nummer, maar dreigt wel te verzanden in middelmatigheid, omdat het veelal klinkt als ieder ander nummer die de band in dit straatje gemaakt heeft. Oftewel: inwisselbaar. Gelukkig blijft het nummer nog wel enigszins overeind staan als je er op zichzelf naar luistert.
Afsluiter "Rose of Babylon" bevat vocalen van een zekere Vicky McClure en is, hoe mooi gezongen ook, wat magertjes. Zeker als je het afsteekt tegen een nummer als "Tiger" of één van de nummers van
Tangerine Dream - Madcap's Flaming Duty (2007).
Concreet geldt voor deze volume hetzelfde als bij de vorige: degelijke, maar nergens echt in het oor springende Tangerine Dream-nummers, die voor de liefhebbers interessant kunnen zijn, maar daar buiten hoogstwaarschijnlijk geen potten zullen breken. Gevoelsmatig lijk ik deze iets beter te vinden dan de eerste volume, maar kom ik wel op dezelfde score uit van de gulden middenmoot die de 3,5 is.