Ik ben het eens met mijn voorganger. Belladonna is bij tijd en wijlen erg interessant. De langste composities zijn inderdaad de prijsnummers waarin de vrijere muzikant in Halvorson meer naar boven komt. De bedrukkende uitwerking van de combinatie 'geregisseerd strijkkwartet' en 'vrijere gitaarsolist' vind ik daar het meest plezant klinken. Interessante keuze om niet meer jazz-solisten te juxtaposeren tegen het strijkkwartet, maar het werkt meer dan prima. Tegelijkertijd voelt Belladonna wel een beetje als een vingeroefening. Het is tenslotte ook de eerste keer dat Halvorson als dirigent-componist fungeert. Althans, in een klassieke kamersetting. Terwijl ze ondertussen ook nog als solist meespeelt. Wat dat betreft vind ik ''companion piece'' Amaryllis een stuk volwassender klinken, waarop Halvorson eens te meer benadrukt dat ze één van de beste meest ervaren jazz-componisten - én gitaristen! - van deze tijd is. Maar toch heb ik ondertussen het wellicht ietwat onwennige Belladonna al wat vaker opgelegd, want ik geniet evenzeer van het ver-van-perfecte karakter van dit plaatje. Op Amaryllis is ze meester, op Belladonna is ze (nog) student. Ik hoop in dat opzicht dat ze vaker (en brutaler) gaat experimenteren met de brug tussen kamermuziek, de avant-garde en (free)jazz. Die ontwikkeling zal het volgen ongetwijfeld waard zijn.