In mijn hoofd was AD de groep die Kerry Livgren na Kansas begon. In die logica debuteerde AD in 1984 met
Time Line. In zijn biografie 'Seeds of Change: revised and expanded edtion' (1991) nuanceert Livgren dat beeld:
"We were together from 1983 to New Year's Eve of 1985. (,,,) A.D. dwindled away over a period of months. (...) We never officially "broke up" or declared ourselves to be no longer together. The second A.D. album, which was the first project we did as a band, was Art of the State."
Kortom,
Time Line was zijn tweede soloalbum waarbij geleidelijk de groep AD ontstond; met
Art of the State was AD, na enige maanden te hebben stilgelegen, van meet af aan een groep. Dat betekent dat groepsleider en gitarist Livgren niet als enige het geluid bepaalde, maar dat zanger en toetsenist Michael Gleason, zanger en toetsenist en blaasinstrumentspeler Warren Ham, bassist Dave Hope en drummer Dennis Holt een grotere inbreng hadden. De plaat verscheen in het najaar van '85 en was de eerste op Livgrens label Kerygma.
Het resultaat is meer poprockgericht en een tikkeltje ingetogener dan de voorganger. Minder symfonisch dus, al klinken die invloeden regelmatig door. De beste nummers zijn die in een progrockjasje: opener
All Creation Sings en op de B-kant
The Fury en
Up from the Wasteland. Laten dat nou de nummers zijn die ik ook toen al de beste vond; ze benaderen het meest Livgrens dagen van weleer toen hij met Hope onderdeel was van progrockgroep Kansas.
Op diezelfde B-kant vind ik de twee eenvoudiger rock bevattende nummers
Progress en
Heartland eveneens sterk met aangename melodieën, net als op de A-zijde
Lead Me to Reason. Op
Zion klinkt fusionrock, niet mijn favoriete genre maar wel de veelzijdigheid van dit kwintet tonend. Incidenteel is het genieten van details in het drumwerk van Holt, die verder vooral sober speelt.
Dit alles in de productie en toetsengeluiden van '85. Sommigen noemen zo'n geluid gedateerd, maar stel je voor dat je 15e-eeuwse muziek iedere keer aan de gangbare technologie en mode zou aanpassen; dát zou pas verkeerd zijn. Laat dit maar lekker zoals het is. Kwaliteitsrock uit 1985, niks mee mis.
Wat ik wél mis, is een rauw randje in de stemmen van Gleason en Ham. Het maakt de muziek wat braafjes, al werkt dit een enkele maal juist extra goed, getuige het refrein van
All Creation Sings en het acapelladeeltje van
Up from the Wasteland, met bovendien een digitale baroktrompet in het slot.
Het album verscheen in diverse hoezen, al naar gelang de platenmaatschappij en geluidsdrager. In Nederland was niet de hoes zoals MuMe die toont verkrijgbaar,
maar deze, verschenen via het Britse Sparrow. Qua streaming heb ik het slechts op YouTube kunnen vinden, in platenzaken kom ik 'm tegenwoordig nooit in het wild tegen. Bij online winkels echter wel te vinden.
In zijn bio blikt Livgren met zeer positieve gevoelens terug op de sfeer in de band én zijn spel:
"As a guitarist in particular, I believe my best playing was with A.D." Voor mij levert dit album een keurige 7 op, voor een Livgren (te?) laag.