Met: Stanley Turrentine (tenorsax); Lee Morgan (trompet, behalve op 'My Girl Is Just Enough Woman for Me'); McCoy Tyner (piano); Bob Cranshaw (bas); Elvin Jones (drums); Ray Barretto (conga behalve op 'My Girl Is Just Enough Woman for Me' en 'Can't Buy Me Love')
Het eerste dat opvalt is de bezetting, nogal een clubje illustere figuren bij elkaar. Turrentine is dan voor mij nog de meest onbekende (al speelde hij op een aantal erg bekende platen zoals Kenny Burrells Midnight Blue)
Volgens de informatie die ik kon vinden maakte hij in de jaren zestig vooral souljazz-platen met toenmalig echtgenote Shirley Scott, die hier ontbreekt. Deze plaat zit meer in de hardbop/ modal-hoek.
Heel moeilijk wordt het allemaal niet, dus daar zal het niet aan liggen dat Blue Note de plaat op de plank liet liggen tot 1980, en hem toen alsnog uitbracht in hun reeks 'kijk eens wat voor lelijke platenhoezen we om LP's durven te doen'. Als je ziet hoe productief mensen als Turrentine en Morgan destijds waren, dan snap je dat er wat dingen op de plank bleven liggen.
De muziek is dan ook nog redelijk inwisselbaar, al verdient de plaat wel iets meer dan de obscuriteit die hij heeft (ik moest hem zelf toevoegen op Musicmeter). Vooral Turrentine's eigen compositie 'Shirley' (is ze er toch een beetje bij) is heerlijk, en ook het trompetloze, wat bizar getitelde 'My Girl is Just Enough Woman for Me' is lekker. Wat de gedachte was achter die Beatles-cover op het einde is me minder duidelijk, maar ook die stoort verder niet. Aanrader voor de liefhebbers van de meer smeuïge Blue Note.