Vorig jaar verscheen van progrocklegende Kerry Livgren een modern-klassieke
cantate, enigszins vergelijkbaar met de muziek die Jon Lord na het verlaten van Deep Purple (2002-2012) componeerde.
Een vriend attendeerde mij erop dat er nu al een nieuwe soloplaat van Kerry Livgren is. Nou ja, plaat… Voorlopig nog alleen digitaal (streaming of download) te verkrijgen.
Via Discogs leer ik meer over het album van deze bescheiden gebleven grootheid, waarbij me vooralsnog onduidelijk blijft waar de titel
Q.A.R. voor staat. Livgren is hierop terug bij (progressive) rock.
Eerst enkele namen. Livgren speelt gitaar en toetsen, plus op de meeste nummers bas en drums. Bij de gastmuzikanten duiken bekende namen op. Eerst de vocalisten, die tevens een incompleet overzicht vormen van zangers met wie Livgren in het verleden werkte: Lynn Meredith (zanger in de oerversie van Kansas en later in Proto-Kaw), John Elefante (Kansas), Warren Ham (AD), neef Jake Livgren (Proto-Kaw) en tenslotte Greg X. Volz, voormalig zanger van aor-groep Petra die voor het eerst (?) met Livgren is te horen. Enkele van deze namen plús ex-Kansaszanger Steve Walsh zijn overigens te horen op die eerder genoemde cantate.
Twee andere bekende musici op
Q.A.R.: ex-Kansas- en ex-Deep Purplegitarist Steve Morse en de inmiddels overleden Kansasviolist Robbie Steinhardt.
Werkt deze keur aan namen? Jazeker. Livgren is en blijft een topcomponist en presteert nooit ondermaats. Waar zijn muziek wordt uitgevoerd door getalenteerde musici neemt de kwaliteit alleen maar toe. Aan niets is te merken dat hij in 2009 een zware
hersenbloeding had, waarvan hij op miraculeuze wijze met minieme beperkingen is hersteld.
Verwacht geen drukke, hypergecompliceerde stukken; op dit album springt Livgren heen en weer tussen toegankelijke progressive en ontspannen adult oriented rock. Het album opent met het instrumentaaltje
The Intelligence Theory, waar Morse excelleert. Deze gaat naadloos over in
One Out of One, een juweeltje met Elefante op zang.
Dan een "o ja!":
Everybody’s Home blijkt een reprise van
Nobody’s Home van Kansas’
Point of Know Return (1977). Zangeres is Susan Shewbridge,
in 1985 achtergrondzangeres bij AD. Met nieuwe tekst en haar fraaie stem het derde toplied op rij. Op
Above the Night zingt Jake Livgren, de jongste van de vocalisten. Hij is gezegend met een lenige stem, die zich prima leent voor dit grotendeels uptempo lied.
Song Du’ Jour is mijn absolute hoogtepunt van het album, mede dankzij Steinhardt wiens viool de sterke compositie extra verrijkt, maar laat ik niet de vocalen van opnieuw Elefante onvermeld laten.
Vanaf track 6 (de “B-zijde”) is
Q.A.R. meer popgericht.
Fire in the Boiler is midtempo, fraai gezongen door Ham. Mijn tweede absolute hoogtepunt van het album is
The Days we Live, waar Meredith zingt in een sfeertje alsof ik in 1977 in een cabriolet met open dak door een natuurpark in de Verenigde Staten rijd. Midtempo, een prachtige melodie, softrock op z’n best.
Kerry Livgren zingt zelf
Block and Tackle Blues, dat precies is wat de titel zegt; hij is geen geniale zanger, dit nummer gaat snel vervelen. Op de afsluitende ballade
When You Walk blijkt de stem van Volz donkerder te zijn geworden dan ik 'm kende; niet meer de ijle stem van voorheen maar passend bij de reflectieve tekst.
Is dit alles wereldschokkend? Natuurlijk niet. Perfect? Zoals de vriend die mij hierop attendeerde verwoordde: 'Hij had wel een producer mogen inhuren, is Neal Morse niet met hem bevriend? Nu klinkt het teveel als een demo'.
Ben ik met hem eens, al is het dan wel een héél goed geproduceerde demo met vooral sterke composities, uitgevoerd door grote talenten. Maar een externe producer is soms nodig om het geheel nét wat verder te brengen dan de 3,5 sterren die ik nu geef.