Het is net als vroeger in de les: lette je even niet op, dan miste je wat belangrijks. Zo ook met nieuwe releases: deze maand appte een vriend dat er een nieuwe Stryper was verschenen. Sinds oktober al uit, zag ik. Volkomen gemist en dat terwijl ik de band toch al sinds 1985 volg en de diverse online magazines en uiteraard MuMe aardig bijhoud.
Kennelijk ben ik niet scherp geweest, want de band brengt sinds ze weer samenkwamen een constante stroom albums uit met vanaf 2009 iedere twee á drie jaar nieuw werk, dat bovendien altijd van kwaliteit is.
The Final Battle is alweer hun veertiende studioschijf.
Geproduceerd door zanger/gitarist Michael Sweet met ondersteuning van twee engineers klinkt het album lekker vet. Alsof Andy Sneap achter de knoppen zat, zoals ik eerst dacht te horen.
Elders las en hoorde ik vergelijkingen met Judas Priest en dat is niet ten onrechte. Fans van harde maar melodieuze metal zijn wederom aan het goede adres bij de Californiërs. Verrassingen hoef je niet te verwachten, tegelijkertijd ligt het niveau hoog.
Oz Fox is een meester in het neerzetten van vlammende gitaarsolo’s, waarin melodie, variatie en snelheid om voorrang strijden. Drummer Robert Sweet speelt strak en stuwend, vaak op z’n best als een nummer midtempo is. Van de kristalheldere stem van Michael Sweet moet je houden; zo’n vijftien jaar geleden kon ik er plotseling minder goed tegen, inmiddels is die weerzin weer verdwenen. Een compliment voor zijn bijdragen, waar zelfs geen sleet op de stembanden is te horen.
Vanzelfsprekend zijn de loepzuivere koortjes gebleven, ze maken echter de muziek nooit te glad. Daarvoor zijn de dubbele gitaren (de zanger is bovendien een verdienstelijk gitarist) onverminderd prominent in de mix. Hierdoor hoor je een massief geluid dat tegelijkertijd helder is, met héél af en toe een vleugje toetsen.
Opvallend is dat platenlabel Frontiers het album ook op dubbelelpee-met-klaphoes heeft uitgebracht op zwart, geel en rood vinyl. Dat is een prijzig dingetje, maar fraai vormgegeven. Eigenlijk zou je beter van een dubbel-EP of dubbel-minialbum kunnen spreken: de platen bevatten maximaal drie nummers per zijde. Dat betekent dat de audiokwaliteit goed moet zijn, de lage tonen van bas en drums krijgen hierbij immers veel ruimte in de groef.
Mijn favoriete nummers eerst, waarbij ik doe alsof
The Final Battle hier op vinyl ligt. Te beginnen met de A-kant: heel sterk zijn het knallende
Transgressor en
Same Old Story waarin het beurtelings mid- en uptempo is. Op de B-zijde doet
Heart & Soul hetzelfde, waarna gas wordt terug genomen met
Near dat akoestisch begint om steviger te vervolgen.
Naar de tweede plaat:
Rise to the Call is één van de beste nummers van het album, snel met heerlijk gitaarwerk. Op de D-zijde staat afsluiter
Ashes To Ashes, waarin de nodige tempowisselingen zitten.
Daarmee tel ik zes favoriete nummers, waarmee er vijf resteren die me minder doen. Mijn kleine kritiekpuntje is namelijk dat het album iets teveel midtempo werk bevat, tracks die mogelijk beter waren uitgekomen als het album twee of drie tracks minder had geteld. Dat is niet iedereen met mij eens: vlogs
Sea of Tranquility en
Nightmare Cabin bijvoorbeeld prijzen de riffs, ook in het langzamere werk.
Eigenlijk doe ik aan luxegezeur, want de band klinkt alsof hier frisse en fruitige twintigers staan, die overtuigend sterke gitaarriffs, creatieve muziek en energie op je afvuren. Knallende metal met een hart voor melodie. Een dikke 8 derhalve.