Jongens wat een album is dit zeg. Er moet wel wat aardschokkends gebeuren als dit niet in mijn topdrie van het jaar eindigt.
Scaring the Hoes vliegt alle kanten op zonder aan kwaliteit in te boeten, het stuitert door je hersenpan als pure ADHD, maar er zit toch een hele logische lijn in het album: voor het gemak zou je het album ongeveer in drie delen op kunnen delen.
De eerste sectie van het album, dat loopt van
Lean Beef Patty tot
Fentanyl Tester, is het meest chaotisch, het meest glitchy, en het meest in lijn met de titel van het album. Zo was de sampling van 2000s clubhits op de genoemde nummers (respectievelijk P. Diddy's
I Need a Girl, Pt. 2 en Kelis'
Milkshake) de eerste luisterbeurten een afknapper, maar inmiddels kan ik vooral die tweede juist vanwege de flip van de sample enorm waarderen. Tussen die tracks door vinden we met
Steppa Pig ook het eerste absolute hoogtepunt, ook hier knipt Peggy voor de beat een 2000s hit op (NSYNC's
Gone). Zowel qua flow als qua teksten ("White people love makin' excuses and bitchin' / I guess it's what culture is for them") matchen beide heren hier de hectische energie van de productie. Niet om te zeggen dat de titeltrack en
Garbage Pail Kids niet goed zijn, trouwens, want als er überhaupt skipbare nummers op het album staan, dan zijn deze twee het absoluut niet.
Het middenstuk van het album is eigenlijk het meest toegankelijke, het minst bangmakend. Met
Burfict! hebben we niet alleen het meest 'doorsnee' hiphopnummer van de plaat, maar ook de meest bombastische beat sinds Jaylibs
The Red, en wederom vullen Peggy en Danny de productie perfect aan met hun charisma en energie. De instrumental van
Orange Juice Jones, met de spookachtige Michael Jackson-sample, had zo op een album van Daniel Lopatin kunnen staan, en die vaporwavevibes worden op
Kingdom Hearts Key tot in het extreme doorgetrokken. Ook die laatste is één van mijn absolute favorieten: de beat is hemels, iedere verse is raak, en ook de extreem korte gastbijdrage van redveil past als een puzzelstukje. Meer features hebben JPEGMAFIA en Danny Brown niet nodig, trouwens, want ze hebben genoeg te zeggen, genoeg rapvaardigheid, en genoeg charisma om het hele album te vullen.
Op het laatste gedeelte van het album wordt uit een meer 'traditioneel' samplearchief geput. Het zou echter niet op een album met de titel
Scaring the Hoes passen als JPEGMAFIA en Danny Brown er geen flinke dosis vers gemalen peper op zouden gooien. Zo horen we in de eerste seconden van
God Loves You een gospelsample, maar de drums en bas die vervolgens invallen zijn zo extreem samengeperst dat enige hoop op religieuze verheerlijking gelijk flink de kop in wordt gedrukt, en Danny laat er met zijn teksten al helemaal geen twijfel over bestaan. "Her with my dick like David and Goliath / Take your thong off, flick it at me like a slingshot." Hilarisch. En ook op
Jack Harlow Combo Meal worden je verwachtingen uit zijn verband getrokken: in de intro horen we een jazzstandaard, maar zodra de raps binnenkomen gooit Peggy er een amen break overheen. Hoe kom je erop? De afsluiter van het album is overigens het enige nummer dat ik niet geweldig vind, heel strategisch geplaatst, want skippen gaat dan niet meer.
Na een paar keer luisteren had ik een paar kleine kritiekpuntjes: 1. het lijkt meer op een JPEGMAFIA album met een bijrol voor Danny Brown; 2. op veel van de tracks is de mastering rommelig, waardoor ik de raps niet goed genoeg hoor; 3. zoals op bijna ieder JPEGMAFIA project staat er te veel fillermateriaal op om echt top te zijn. Inmiddels is er van deze kritiek weinig overgebleven. Hoewel Peggy als producer uiteraard meer een hand heeft in het eindproduct, heeft hij een reeks beats gemaakt die beide rappers als gegoten passen, en over de gehele lengte zijn de producties kwalitatief meer consistent dan ooit. Iedere keer verbaas ik me weer over zijn gevoel voor catchy harmonieën, denk bijvoorbeeld aan de enorme boost die de basslines geven aan de beats van
Fentanyl Tester of
Kingdom Hearts Key. Danny Brown laat daarnaast zien niet bang te hoeven zijn dat
Peggy hem gaat vervangen, want keer op keer levert hij de beste verses af, zonder de spotlight bij zijn compagnon weg te nemen. En nu ik wat meer gewend ben aan de mastering, hoor ik ze beide prima, en de ongepolijste afwerking past zowel thematisch als esthetisch perfect op het album.
Laat deel twee maar komen, hoor!