Met: James Spaulding (alto saxophone, flute), Bobby Hutcherson (vibes), Stanley Cowell (piano), Reggie Workman (bass), Joe Chambers (drums)
Ik ben een bijzonder groot liefhebber van Bobby Hutcherson. Het gekke is dat hoe meer ik van hem luister, des meer ik zijn bekende 'Dialogue' zijn minste plaat begin te vinden. Op de latere platen klinkt hij volwassener, zekerder en lijkt hij volledig zijn eigen sound te hebben gevonden. Bijna al zijn platen op Blue Note in de sixties zijn in ieder geval om te smullen. Zo ook deze 'Patterns', met een bedroevend aantal van 3 sterren. Dat is redelijk goed verklaarbaar. Om één of andere reden is deze nauwelijks nog te krijgen. Niet op plaat en niet op cd. Niet voor een redelijke prijs in ieder geval. Wat een gemiste kans dat deze niet is geselecteerd voor de Tone Poet serie.
Dit is Hutcherson in toegankelijke vorm. Toegankelijk betekent dan niet per se saai of gezapig. Zoals
vanson al vermeldde komen de meeste composities van de hand van drummer Joe Chambers. Nou weet ik dat hij ook vibrafoon kan spelen, en piano maar het verbaast me toch enigszins dat een drummer tot zulke fantastische melodieën kan komen op compositioneel vak. Letterlijk elke track op deze plaat blijft beklijven en hoor je de rest van de dag in je hoofd doordreunen. De band zoekt daarbij constant heerlijk de grenzen op van de reguliere bop en modale jazz.
Het titelnummer is zangerig en herbergt een mystieke schoonheid in zich. 'A Time to Go' heeft een intense modale groove met een lekkere ongemakkelijke ondergrond. Werkelijk briljant hoe Chambers en en Workman elkaar hier constant opzoeken. Duidelijk te horen dat de heren heel vaak met elkaar speelden. De warme vamps op de achtergrond van Cowell die hier ook echt in zijn beste periode zat. Prachtig! 'Ankara' is dan weer van een grote schoonheid en veel mooier dan de stad waarvoor ze is geschreven. Zoals Vanson ook al schreef (ik vul slechts aan) loopt alles moeiteloos en soepel in elkaar over, alsof je naar een suite luistert. 'Effi' lijkt dan ook weer een uptempo variatie op het titelnummer.
Dan nog even over de Hutch zelf. Net als Milt Jackson kan het hele instrument vibrafoon nauwelijks bestaan zonder dat je aan hem én zijn grote invloed denkt. Zijn spel is subtiel, vloeiend en uiterst warm. Hij kan ontzettend virtuoos zijn maar weet ook ingetogen te spelen wanneer dat nodig is. Een muzikale gigant. Verder blijf ik ondersteboven van Workman en Chambers, vooral wanneer ze de krachten bundelen zoals hier.
Eigenlijk heeft deze plaat maar één heel klein minpuntje en dat is misschien wat persoonlijk. James Spaulding heeft op mij nooit veel indruk gemaakt. Hij speelt hier bovengemiddeld goed voor mij maar als zijn plekje was ingenomen door bijvoorbeeld Joe Henderson dan was dit een 5.5 ster plaat geweest. Een ware favoriet uit de Blue Note catalogus voor mij dit.