De reïntegratie van Ward deel 16:
Al had ik nog nooit van Daniel Lemma gehoord (ben ook allerminst thuis in de soul), verbaasd de hoge score hier me absoluut niet. Dit album staat vol met makkelijk in het gehoor liggende, melodische soul, bovendien heeft hij een aangenaam warm stemgeluid. Het nostalgische sausje doet vermoed ik de rest van het werk voor veel mensen. Zeer begrijpelijk dat
Shelter dit album uitkoos om mijn interesse voor het genre te wekken. Desalniettemin ben ik niet onverdeeld positief over dit album.
Laat ik met de positieve punten beginnen. Daniel Lemma heeft een prachtig warm timbre. Met zijn zachte, licht hese stem zingt hij heel makkelijk zonder onnodige opsmuk. Bovendien heeft hij regelmatig een fijne vibrato in zijn stem. De smaakvolle veelal akoestische instrumentaties sluiten perfect bij zijn stem aan. Wederom houdt hij het vrij klein: akoestische gitaar, drums, piano, af en toe een orgeltje en wat blazers, maar het is allemaal vrij simpel gehouden. Hierdoor weet hij een prettig ontspannen sfeertje te scheppen met wat invloeden uit de jazz en folk. Erg klassiek allemaal, maar zeer sterk uitgevoerd. Al weet ik weinig van soul, hoor zelfs ik nog wel dat Otis Redding zijn grote voorbeeld is. Af en toe gaat het tempo licht omhoog en wordt het wat funkier (
Alive,
Something Evil,
If I Used to Love You), maar de sfeer blijft heel laidback. Persoonlijk liggen de ingetogen liedjes mij een stuk beter, zoals het ontroerende
Run Tell John en de fijne folky afsluiter
You Won’t See Me.
Al is die nostalgische, klassieke aanpak in zekere zin zijn sterke wapen is dat ook wat mij enigszins tegenstaat aan het album. Het album kleurt zo braaf binnen de lijntjes dat het tegen het saaie aan wordt. Nergens word je verrast door een melodie of een instrumentatie (of het moet de accordeon in
Must’ve Been Blind zijn). Bij vlagen neigt het zelfs naar muzak voor mij. Hij blijft zo trouw aan de traditie voor mijn gevoel dat het album weinig toegevoegde waarde heeft. Natuurlijk hoeft niet elk album de muziekgeschiedenis te vernieuwen, maar een beetje een originele invalshoek zou ik fijn vinden. Maar dat heeft misschien ook te maken met mijn onervarenheid in het genre.
Uiteindelijk vind ik hier ook wel genoeg om van te genieten. Zo is het allemaal gewoon heel degelijk, met smaakvolle instrumentaties en een heerlijke stem. Maar het album ontbreekt een beetje aan durf en scherpte om mij echt te overtuigen. Door
Morning Train heb ik wel zin gekregen om me in het oeuvre van Otis Redding te verdiepen. Dus in die zin heeft het mijn interesse voor soul toch licht aangewakkerd. Bovendien is het een fijn album voor op de zondag ochtend. 3*