Op reis door de discografieën van Kansas en hun afzonderlijke groepsleden kwam ik uit bij de tweede soloplaat van gitarist Jeff Watson. Dit omdat Kansaszanger Steve Walsh een aanzienlijke rol op dit album speelt.
Mij was onbekend dat Watson naast de veel bekendere Brad Gillis (de tweede) gitarist was in Night Ranger. Dit gedurende hun "gloriejaren", 1982-’89 en bovendien van 1996-2007. Zijn
solodebuut verscheen in 1992 bij het snarenracerlabel van Mike Varney en kreeg van
hnzm een heldere beoordeling. Shrapnel had een goede distributie en de plaat heb ik indertijd in de bakken zien staan.
Dit in tegenstelling tot
Around the Sun, zijn tweede soloplaat. Het verscheen slechts een jaar na het solodebuut, maar bij het kleine Japanse Far East Metal Syndicate, zonder Europese of Amerikaanse distributie. Pas in '99 alsnog op deze continenten verschenen. Dit is de
Amerikaanse uitgave (tevens op streaming te vinden) en
dit de Europese (Italiaanse), verschenen bij Frontiers. De Amerikaanse versie bevat drie bonusnummers, de Europese zelfs vier!
Ik verwachtte muziek in de lijn van de neoklassieke shreddergolf die de hardrock- en metalwereld vanaf circa 1988 overspoelde. Watson houdt het meestal rustiger: een hele enkele maal laat hij héél kort horen dat hij kan snarenracen, maar vaker tokkelt hij en dat bovendien nogal eens op akoestische gitaar. De liedjes staan centraal, niet gitaarpatserij. Hij werkte met een beperkte groep muzikanten, waarbij Bob Daisley, een in hardrockland bekende bassist. Soms speelde de Amerikaan zelf toetsen, bas en drums.
Alhoewel geen conceptalbum, krijg ik al luisterend toch de indruk dat er een thema door de muziek speelt. Alsof Watson had te maken met ziekte of een ander soort verlies in zijn omgeving. Wellicht dat daarom de muziek regelmatig ingetogen (maar vol!) klinkt.
Steve Walsh zong op maar liefst vier (met bonus: vijf) nummers. Twee jaar later verscheen van Kansas
Freaks of Nature, waarbij de nodige kritiek klonk op zijn stem, die achteruit zou zijn gegaan. Hier bij Watson echter geen spoor van slijtage.
Om te beginnen het stevige en uptempo
Life Goes On, dat Watson met Walsh en drummer Spike Orberg schreef. Daarna het huiveringwekkend mooie titelnummer, niet alleen vanwege de muziek maar ook omdat in de tekst wordt gevraagd om een extra jaar om te leven:
"And I'm underneath the gun, give me one more time around the sun, time's running out and i'm not done, give me one more time around the sun". Als dit na het nodige getokkel overgaat in een stevig slot, luister ik gefascineerd. Eén van de mooiste nummers die ik Walsh ooit hoorde zingen.
De overige drie nummers met hem zijn ook al sterk:
Anna Waits is midtempo met aanvankelijk veel toetsen en een aangrijpend verhaal over kindermisbruik. Verder het rockende
Tightrope en bonuslied
When My Ship Comes In dat akoestisch begint en met scheurende gitaren vervolgt.
Terug naar Watson. Deze stelt zijn lenige vingers in dienst van de liedjes. Op het enige instrumentale nummer
Man's Best Friend klinkt semi-jazz tussen de prachtige melodieën in coupletten en refrein. Bovendien zingt hij bepaald niet onaardig, getuige
Moment of Truth. De drie bonussen met zijn zang (track 10 t/m 12) zijn meestal dromerig van aard, soms geholpen door een twaalfsnarige akoestische gitaar.
Een sterk album, geknipt voor liefhebbers van adult oriented rock / melodieuze hardrock en liefhebbers van al dan niet akoestisch gitaargetokkel. Onbekend, meer verdienend dan dat.