Hands down: het album met de macabere hoes. Ook in het begeleidende boekwerkje staan allerlei röntgenfoto’s van o.a. de schedel, wervelkolom, voeten etc. Het bijzondere is dat er nergens staat beschreven wat de motivatie achter al deze foto’s is geweest.
Maar goed, terug naar de muziek.
Bij Spunky wordt als drummer Harvey Mason en als slagwerker Leonard Gibbs genoemd. Volgens mij wordt het meeste slagwerk echter verzorgd door een computer, maar ik kan het mis hebben. De bas van Gary King is wel degelijk door menselijke handen bespeeld en klinkt heerlijk. Het is een lekker funky nummertje.
Voor Macumba werden o.a. Luther Vandross en Patty Austin ingehuurd. Samen met vier anderen vormen zij een koortje dat steeds hetzelfde deuntje zingt. Bob gaat ook hier, net als op Spunky, los op de synthesizers en de drumcomputer. Korte maar lekkere gitaarsolo van Steve Khan.
Voor Shamboozie heeft Gary King de bas overgedragen aan Marcus Miller. Jay Beckenstein (o.a. bekend van Spyro Gyra) hanteert de sax. Bob bespeeld naast de synth de Fender Rhodes (altijd lekker). Veel blazers bovendien en hier wel degelijk Gibbs hoorbaar als percussionist. Heeft toch altijd mijn voorkeur boven de drumcomputer.
Janus is een stukje rustiger. Bob gaat aan het begin van het nummer voor het eerst op dit album achter de piano zitten, maar al snel schakelt hij weer naar de Polyphonic syntheziser. David Brown op akoestische gitaar, Eddie Daniels tenorsax.
Roberta is geschreven door de trompettist Mike Lawrence, die in de jaren zeventig speelde met Joe Henderson en Larry Coryell. Hij stierf in 1983 slechts 37 jaar oud.
Nu beperkt Bob zich tot prachtig pianospel, Mason op drums, King op bas, Mike Lawrence is verantwoordelijk voor de fraaie trompet solo. Wat mij betreft het hoogtepunt van het album, dit nummer.
Slotstuk it’s only me brengt, logisch met zo’n titel, een solo optreden van Bob. We gaan in dit nummer terug naar de polyphonic en bas synthesizer en de drumcomputer. Groot contrast met Roberta.