Om maar direct met de deur in huis te vallen: dikke vijf sterren voor dit prachtige album.
Helaas is de CD uiterst moeizaam te verkrijgen, hetgeen voor mij onbegrijpelijk is.
Voor zover mij bekend is de enige plek waar hij te koop is het Dennos Museum Center in Michigan USA. Daar heb ik de CD in ieder geval uiteindelijk maar besteld. Het Milliken Auditorium, waar het concert is opgenomen, is onderdeel van het Dennos Museum Center.
Gelukkig staat het album wel op alle streaming diensten.
Op het gehele album beperkt Bob zich tot de piano. Geen synthesizers laat staan drumcomputers. Perry Hughes speelt gitaar, Clarence Penn is geweldig op drums en Nathaniel Phillips beroert de bas. Vier mannen van iets meer dan middelbare leeftijd die op 3 mei 2014 een fraai optreden verzorgen voor een muisstil publiek dat hen tussen de nummers beloond met een beschaafd applausje.
Opening blues down under start met een heerlijke gitaarriff van Hughes, waarna Clarence Penn met brushes invalt. Nathaniel Philips begeleid op een staande bas.
Nummer is geschreven door Bobby Lyle en komt, voor zover mij bekend, op geen enkel Bob James album voor. De ingetogen drumsolo van Penn, nog steeds gespeeld met brushes, is een feestje voor het gehoor.
The Jody grind is een Horace Silver klassieker uit 1966. Bob James laat horen dat hij prima met Silver kan wedijveren. In het middendeel van het nummer fijne bas solo van Philips gevolgd door uitstekend slagwerk van Penn.
Skidaway is afkomstig van het album Urban Flamingo uit 2006 en is het eerste nummer op dit album van de hand van Bob James. Oorspronkelijk een nummer van ruim zes minuten, hier uitgesponnen tot bijna tien. Dit keer in het middendeel een hoofdrol voor gitarist Perry Hughes. Tegen het einde van het nummer weer een bas solo van Philips die er zijn mag.
Het vervolg is verrassend: een combi van twee door de Engelsman Tony Hatch geschreven nummers, te weten Where are you now, in 1965 gezongen door Jackie Trent en de bekende Petula Clark hit Downtown van een jaar eerder. Bob James maakt er hier een uiterst fraai, bijna onherkenbaar, solo piano arrangement van.
Night Crawler komt van een van mijn andere favoriete Bob James albums (en de eerste Bob James LP die ik ooit heb aangeschaft) Heads uit 1977.
De drie andere muzikanten zijn weer aangeschoven. Op Heads wordt de gitaarpartij gespeeld door Eric Gale, maar Perry Hughes laat hier horen dat hij niet voor Gale onder doet.
Voor Nautilus gaan we nog verder terug in de tijd. Het nummer is afkomstig van Bob James one uit 1974. Wederom een heerlijke “droge” bas solo van Nathaniel Philips op dit nummer.
Westchester lady, afkomstig van Bob James three, is een van de meest bekende nummers van Bob James. Toch lukt het dit kwartet om het net weer even anders dan anders te spelen.
Na een minuut of twee lijkt Bob James een hele andere kant op te gaan bijvoorbeeld, om een minuut later weer terug te keren naar het origineel. Fraaie improvisatie wellicht?
Na drieënhalve minuut gaat drummer Clarence Penn “ los” hetgeen zowaar kortstondig wat enthousiast gejoel uit de zaal teweegbrengt
Slotstuk is voor Angela, het thema uit Taxi, afkomstig van het album Touchdown uit 1978.
Bob James laat het nummer fraai overgaan in someone to watch over me uit 1962 (Gershwin). Wederom een geweldige combi met schitterend gitaarspel in het middenstuk van het nummer.
Live at Milliken Auditorium vind ik misschien wel het allerbeste wat Bob James ooit heeft uitgebracht. Mocht er (wat God verhoede) ooit brand uitbreken in mijn huis, dan is dit zeker een CD die ik ga proberen te redden. Mede vanwege het feit dat er zo moeilijk is aan te komen.
Om met een anekdote van de toenmalige directeur van het Dennos Museum te eindigen: The performance of the quartet that evening was magical and everyone knew something special had just happened. What was more amazing was that while Bob had performed with each of the members of the Quartet individually, the concert on May 3 was the first time they had all performed together.