Luke Temple, een ongrijpbare artiest die behoorlijk wat lol lijkt te beleven aan zijn eigen ongrijpbaarheid. Zo opereert hij onder een veelheid aan namen en projecten: van Here We Go Magic en Art Feynman (waarvan het laatste, behoorlijk verslavende,
album nog maar acht maanden jong is), tot onder zijn eigen naam. Dat levert muziek op in een stortvloed aan stijlen, van ambient en afropop tot folk, funk, shoegaze, krautrock en noem maar op. De verbindende factor is altijd die licht-nasale Paul Simon-achtige fluisterstem, die altijd een vreemd soort opgewekte melancholie met zich meebrengt, alsof hij je geheimpjes wil vertellen die even treurig als grappig zijn. En nu is er dan weer een plaat onder zijn eigen naam, alleen dan nu opeens met de toevoeging van The Cascading Moms. Wie dat zijn zal vast een mysterie blijven, de lijn tussen platen waarop Temple alles zelf inspeelt en waar hij met anderen samenwerkt is vaak ook lastig te trekken. Maar wat het oplevert is een album dat wonderlijk vertrouwd klinkt, alsof zijn twee decennia aan spielerei met namen en stijlen hier naartoe hebben geleid, maar dat tegelijk toch ook weer volstrekt op zichzelf staat. De eerste helft doet mij op momenten denken aan A Different Ship, het door Nigel Godrich geproduceerde hoogtepunt van het Here We Go Magic-oeuvre en misschien wel Temple's meest bedwelmende meesterwerk. Toch lijkt Temple weinig interesse te hebben om weer zo'n album af te leveren dat van begin tot eind helemaal klopt, en daarom begint hij in de tweede helft lekker plagerig te freaken. Het leidt tot lichte irritaties bij deze luisteraar, en tegelijk lukt het mij maar niet de muziek af te zetten. Daarvoor heeft die Temple me toch weer teveel in zijn rare ban. Dit album onderstreept maar weer eens wat een artiest dit toch is; hoe graag hij ook wil dat we de weg kwijt raken moeten we hem vooral blíjven volgen.