Na een stilte van 12 jaar verschijnt er afgelopen zomer eindelijk een nieuwe Dirty Three plaat, Love Changes Everything. Dan verwacht je uiteraard dat alle aandacht daar naartoe gaat. Bij dit Australische drietal is dit niet het geval. Warren Ellis gaat na de afronding van Wild God met Nick Cave op tournee, en drummer Jim White sluit zich aan bij The Hard Quartet, het nieuwe project van Pavements frontman Stephen Malkmus. Deze superband bestaat verder uit gitarist Emmett Kelly, waarmee Jim White onder het vaandel The Double in 2016 een album opneemt en gitarist Matt Sweeney, die in een grijs verleden nog in Zwans van Billy Corgan (Smashing Pumpkins) speelt.
En dan kom je tot de ontdekking dat een bassist ontbreekt, waardoor de drie gitaristen elkaar afwisselen en om beurten die partijen voor hun rekening nemen. Hetzelfde trio verzorgt de zang, waardoor het net zo ongeorganiseerd compromisloos als Pavement klinkt, dus met datzelfde rommelige tegendraadse. Alle ingrediënten voor een nieuwe Pavement plaat, alleen met andere muzikanten. Ho wacht, zo simpel is het niet, ondanks dat Stephen Malkmus het merendeel van de nummers inzingt, moet men het aandeel van het overige drietal niet onderschatten. Maar iedereen verlangt in eerste instantie naar een stukje Pavement genialiteit.
Bestaat er zoiets als stoner glamrock? Jazeker, er bestaat zoiets als stoner glamrock. Bij Chrome Mess worden de pedalen stevig ingedrukt. Een lawaaierige veelbelovende trip met elkaar uitspelende gitaristen. Chrome Mess is te herleiden tot een hedendaags Sister Morphine, en toevallig is dat niet het enige nummer dat naar The Rolling Stones hint. Laten we stellen dat hun heilige vuur ook door het door Matt Sweeney gezongen Rio’s Song heen dwaalt. Meng hier nog de nodige invloeden van The Black Crowes doorheen, al zijn die uiteindelijk ook schatplichtig aan The Stones, en je komt erg dicht bij die invloedrijke jaren zeventig sound in de buurt. De video van Rio’s Song videoclip is ook letterlijk naar Waiting on a Friend te herleiden.
Maar bij Stephen Malkmus denk je toch vooral aan Paisley Underground, een vleugje grunge, het psychedelische werk van The Byrds, The Fall gekte, bloedmooie Big Star getinte popliedjes en geschoolde Replacements rock? Jazeker, dit hoor je allemaal tussen de regels door terug, maar nogmaals dit is geen Pavement vervolg, maar een bundeling van vier gelijkwaardige krachten. Earth Hater valt onder dezelfde headbangende powerrock als Chrome Mess onder te brengen, al geeft Stephen Malkmus er een typische onnavolgbare Stephen Malkmus twist aan. Waarom binnen de lijntjes kleuren als je een heel muziekregister tot beschikking hebt om vol te kalken? Door de harmonieuze sixties/Byrds samenzang voelt Our Hometown Boy als een echte song van The Hard Quartet aan, waarbij elk aandeel van even groot belang is. Daar is die verwachte verwijzing naar de Big Star pareltjes, en kan je direct al twee namen afvinken; check, check.
Het hard uit de slof schietende Renegade is een kort net twee minuten aantikkende emocore punkrocksong. Rumoerig en smerig, een immens verschil met de uitgebalanceerde popliedjes. Het Killed by Death hoogtepunt is de panische slopende angst voor de dood, welke de dagelijkse gang van zaken beheerst. Het verlicht het einde, al zal dit altijd onvermijdelijk zijn. It Suits You bezit het dreigende van de Unplugged grunge sessies. Door de hardheid te elimineren neem je de mineur treurstemming niet weg. De retro glamrock domineert ook de Action for Military Boys anti-oorlogssong, die het in de kansloze Vietnamdagen goed zou doen.
De countrysong Heel Highway zou in principe voor Willie Nelson geschreven kunnen zijn. Als groot voorstander om marihuana te legaliseren, slaat de tekst helemaal op deze levende legende. Hey bezit de zachtheid van het nachtelijke doorzakken en tevreden op een uitgezakte bank belanden. We proosten op een geslaagde opnamedag en genieten in stilte nog even na. Six Deaf Rats is een experimentele overdosering aan gestoorde Pavement genialiteit. Is er in het overige drietal dan niemand die na vier minuten aan de bel trekt en zich ervan bewust is dat dit net te lang doordraaft? Moet je dan die gitaarsolo weglaten? Nee, dat is ook weer teveel van het goede. Drummer Jim White geeft halverwege al aan dat het genoeg is, maar als er dan niemand reageert, gaat hij ook nog maar even door.
Matt Sweeney haalt bewust het tempo bij Jacked Existence omlaag en presenteert zich als de ziel van The Hard Quartet, waarna het hart Stephen Malkmus hem vervolgens hard opzij duwt. De bluerock van North of the Border neemt het minder serieus. Bergen zijn koste wat het kost te beklimmen, dan maar net wat meer zwoegen om resultaat te boeken. Thug Dynasty haakt daar gezellig op in, al is de doo-wop net wat geestverruimender. Bij Gripping the Riptide baal je dat er alweer een einde aan dit avontuur komt, het is toch wel een zeer prettige luisterervaring. Afzonderlijk klopt het allemaal, als geheel is het een jukebox met bijna alleen maar perfecte verschillende liedjes, waar kroegbezoekers om de beurt een muntje inwerpen. Het voelt allemaal zo zelfverzekerd aan, daar ligt de kracht, en daar ligt ook de valkuil. Als dit een grote grap blijkt te zijn, dan is het wel een geslaagde grote grap.
The Hard Quartet - The Hard Quartet | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com