Dit is een speciale plaat waar aspecten vanuit het Boeddhisme gaan mengen met rock.
Het is zeker niet toegangkelijk te noemen en zal ook zeker niet zijn weggelegd voor een grote groep mensen.
De beide 'Prayer' parts zijn in een zin appart te noemen, waarop allerlei oerwoedgeluiden te horen zijn welke zeker niet iedereen aan zullen staan(if you know what i mean). Terwijl op Eilogue eigenlijk een soort van relaxte jazz ter gehoren wordt gebracht. Er komen op zowel de Proglogue als de Epilogue blazers om de hoek kijken die de plaat een extra dismensie geven.
Een nummer dat ik nog even speciaal wil noemen is 'Gatha', wat ik als een van de hoogtepunten van dit experimentele album wil noemen.
Dit nummer vormt een perfecte combinatie tussen psychedelica en Oosterse traditionele instrumentatie.