Na 15 jaar mag die vraag wel eens beantwoord worden.
Song 1 klinkt als een niet-zeurende, rockabillyversie van John Lennon. Niet helemaal mijn ding, maar er is ook zeker niks mis mee. “Woman, you’re born to be hurt” verstond ik eerst als “born to be heard”. Niet alleen David Bowie was een inspiratie voor dit plaatje — denk maar aan de losse handjes van Lennon.
Song 2 is een uptempo instrumentaaltje dat wat doet denken aan de surfmuziek van Dick Dale, zij het zonder diens gitaar-genialiteit.
Song 3 gaat niet over de imaginaire zus van de huidige paus, maar over de vergeten, tragische filmster ’Marie Prevost’. Het lied is verhalend zoals Bob Dylan dat deed over die van moord beschuldigde bokser. Bij Nick Lowe duurt het minder lang en klinkt hij ongenuanceerd kwaad. Dat plaatst Lowe even in het rijtje van andere
angry young men zoals Elvis Costello. Maar Lowe voegt er een luguber kantje aan toe: de betreurde actrice sterft hier niet aan hartfalen, maar wordt opgegeten door haar uitgehongerde schoothondje. Sorry, maar in die context kan ik ’Marie Prevost’ alleen maar het prijsbeest van dit viervoudige singeltje noemen.
Song 4 is ingetogen en klinkt als een kruising tussen gospel en een slaapliedje. De begeleiding is minimaal, het resultaat straalt opnieuw maximale klasse uit.
En ja, ik kocht dit plaatje rond 2000 omwille van de geslaagde Bowie-gimmick. Lowe kende ik toen vooral van zijn hit over de halve jongen / halve man. Dat is toch iets anders dan de halve vent / half wijf waar Bowie het vaker over had. Nog een leuk weetje voor Bowie-fans: één jaar na
Low en deze
Bowi scoorde Lowe een hit met ’I Love the Sound of Breaking Glass’.