Ik ben wolliger dan de wollen trui van je oma vandaag...it happens.
Stiekem kennen meer mensen het duo Matmos, bestaande uit Drew Daniel en M.C. Schmidt, dan ze zullen weten. Op meerdere tracks en -albums van avontuurlijke popmuzikant Björk zijn hun electronic experimenten, samples en veldopnames te horen. Hun eigen werkstukken zijn vaak iets meer experimenteel van aard, bijvoorbeeld de ritmische (bij)geluiden van een wasmachine op Ultimate Care II en hergebruik van plastic zwerfaval op Plastic Anniversary. Toch presteren ze het zo nu en dan om aanstekelijk ritmisch te klinken of zelfs bijna melodieus .Nieuw album Metallic Life Review staat – zoals de naam al een beetje weg geeft – geheel in het teken van ‘metalen objecten’.
Om maar met de metalen, piepende deur van opener Norway Doorway in huis te vallen, driekwart van Metallic Life Review laat het duo op zijn meest muzikaal en melodieus horen. Of dit ligt aan de diverse gastbijdrages die het album rijk is, of dat er melodieuze invloeden van Daniel zijn andere project (The Soft Pink Truth) binnensijpelen, of is het toch het bewust gekozen concept dat meer ruimte geeft voor melodie en ritme? Feit is dat een aantal tracks zo aanstekelijk klinken dat ze niet zouden misstaan in een gezellige electronic playlist op je feestje, maar soms ook net zo geschikt zijn voor aandachtig luisteren.
Hoewel de eerste twee tracks nog vooral industrieel ritmische doorstampers zijn, waar flink op gedanst kan worden, maar melodie wat achter blijft. Het piept, het kraakt! Je hoort als het ware de fabriek, gevuld met harde werkers, Een Einstürzende Neubauten invloed is dan ook niet ver weg, waar Thor Harris (o.a. van Ben Frost, Swans) te horen is op kaas schaaf, ijzeren hek, gong en steel drum.
Maar de tonen van xylofoon en belletjes in combinatie met percussie elementen uit een complete besteklade zorgen met hulp van wijlen Susan Alcorn op zwaar vervormde pedal steel voor een schattig sfeertje in Changing States. Ondanks een sample van een dreigend, knarsend hek op een begraafplaats in Ierland, is de liefelijke mix van IDM en subtiele drum & bass ook aanwezig in de door klokkenspel, steel drum en aluminium buizen gedomineerde opvolger. Jason Willet (bekend van onder andere Half Japanese) speelt een dromerig gitaarloopje dat herinnert aan sneeuw, warme truien, koffie en de surrealistische tv-serie Twin Peaks.Terwijl er plots strijkers voorbij komen en zowel een koektrommel alsmede koekenpan aangegeven staan als hoofdinstrumenten. Geen wonder dus dat Steel Tongues is opgedragen aan de recent overleden filmregisseur David Lynch.
Mocht je dit nu allemaal lezen en denken, “hee wacht, dit klinkt nog steeds bizar en experimenteel?” Ja, dat is het ook, maar de heerlijk kinderlijke, speelse toon overheerst vooral. Vergezeld van een vleugje mysterie en een flinke ruggengraad van ritme. Een wonderlijke en geslaagde totaalmix.
Maar dan zijn we er nog niet, als de titeltrack zich aandoet als een waar festijn van hoorspel-achtige veldopnames, samples en bizarre uitspattingen. Geluiden die jarenlang overal vandaan geplukt zijn: van Italië en Ierland tot Frankrijk. Naderhand als één live improvisatie take in de studio opgenomen te Baltimore. 20 minuten knip-en-plak gekte waar de aandacht echt voor nodig is. Waar de doorzettende luisteraar verwend wordt met vervlochten techno en triphop ritmes, spelcomputergeluidjes, fietsbellen, kerkklokken, statische noise en bassige drone muziek. Temidden van de chaotische, maar toch meditatief rustige track lijken we zelfs het geluid van een Yautja – het gevreesde wezen uit de Predator films – te horen.
Zo zou je er haast goed aan doen om dit album op te splitsen in twee luistersessies: 1. De liefelijk ritmische, mysterieuze dansmuziek van de eerste vijf tracks en 2. De aandachtige luisterbeurt die nodig is om de titeltrack te kunnen waarderen. Een album voor twee totaal verschillende stemmingen? Zo kun je het ook zien.
Geschreven voor
Written in Music.