Vergeleken met zijn overrompelde debuut neemt Hiro wat gas terug, al zou je dat bij opener "The Butcher" en "The Murder in the Midnight" nog niet zeggen. Tal van instrumenten leidden daarin een eigen leven en schreeuwen om het hardst dat ze het beste kunnen soleren zonder op de anderen te letten.
Om de luisteraars op adem te laten komen is daar gelukkig "Fantasia" waarin dwarsfluit en klavecimbel rustig samenspelen om ineens een snerpende blikkerige gitaar te laten excelleren.
Het pakkende deuntje op dit album is "Good Morning People" waarin het lijkt alsof Hiro op een klein goedkoop speelgoedpianootje speelt. Klinkt ook heel simpel alsof een kind het speelt en de gitaar jengelt er weer vrolijk doorheen.
Daarna zowaar zang op "Always", een rustig laid-back niets aan de hand deuntje gevolgd door het nerveuze jazzy "The Skyscraper".
Daarna 2 zangnummers, ene Joey Smith zingt op het doowop achtige "My Dear Mary" met een belachelijke Zappa-achtige tekst wat uitermate grappig is.
"Melancholy" doet zijn naam eer aan, zo klinkt het ook en sluit dit vreemde album rustig kabbelend af.
Eigenlijk net zo vermakelijk en goed als zijn solo-debuut, 4 sterren.