Hoe bizar is het dat de Tannhauser Orchestra platen amper opgepakt worden. Zeker nu de shoegazer revival een nieuw jong publiek bereikt en een band als Slowride nog steeds volle zalen trekt. Aan het songmateriaal ligt het niet. Sinds het naar thuisbasis genoemde Löven (Leuven) brengt het als drietal opererende gezelschap uit België een fraaie mix aan shoegazer mistdampen, overgoten met positieve energie.
Op The Fade is er zelfs ruimte voor oorverdovende noise en bij het punkende Spring Rites gaat het tempo flink omhoog. Toch klinkt laatstgenoemde album ook wat te rommelig. Met Low Tide brengen ze daar nu duidelijk verandering in aan. Door zich evenwichtiger te presenteren, leveren ze hun beste werkstuk af.
Waar ligt dan dat wezenlijke verschil? De zang van Erick de Deyn is in ieder geval net wat overtuigender. Hij bezit dat nasale van zijn Madchester voorgangers, maar zwalkt net niet te veel buiten de lijntjes. Minder grootheidswaanzin dan zijn Britse collega’s die daardoor vaak vergeten om zuiver te zingen.
Tannhauser Orchestra levert kwaliteitspop af en kiest overduidelijk bij Low Tide voor een kristalheldere productie. Misschien is het die serieuze nuchterheid die ze een beetje in de weg ligt, en hoort een afstandige aanpak meer bij de sound.
Ik wordt er in ieder geval vrolijk van. Het geeft mij een zomerse adrenalinekick. Natuurlijk mag het zonnesteek gemeen broeien, het suizende kater gevoel vertroebelen. Tannhauser Orchestra filtert de zandkorrels uit het gehoor en geeft er een fijne nostalgische aan. Low Tide is minder spannend en legt de nadruk op perfectie. Die avontuurlijke wegen zijn reeds allang bewandeld, ze hoeven slechts het pad te volgen. Het vocale krachtspel tussen Erick de Deyn en Loes Besieux werkt het beste.
Die hypnotiserende lagen versmelten als het ware samen in een druggy smeltkroes. Dead in the Water stelt de vraag of ze nog relevant zijn, of er nog behoefte aan een band als Tannhauser Orchestra is. Zolang ze dit soort juweeltjes afleveren hebben ze absoluut bestaansrecht. Ook het bewust stress verlichtende Dope Opera sluit hier naadloos op aan.
Het gaat pas fout na het net vrolijk heen en weer springende met slide gitaar opgesierde The Gray Escape als Geert Janssens de zangpartijen in We Need to Talk overneemt. Bij Erick de Deyn waan je jezelf weer in de vroegere jaren negentig Summers of Love. Vrijwel accentloos roept hij die vroegere tijden op. Geert Janssens schudt je bij We Need to Talk uit die prettige dagdroom wakker en mist net dat vermogen om die heerlijke slaaproes te herpakken.
Het is te zwaar en te diep aangezet, en ook het songverloop is wat hakkelig. Laat ik eerlijk zijn, ik stoor mij best wel aan de Engelse uitspraak. Erick de Deyn heeft dat heerlijke nonchalante en de woorden van Geert Janssens zijn hoe dan ook directer en confronterender. Erick de Deyn schept een ideale fantasiewereld, Geert Janssens laat je in de realiteit landen.
Na die onverwachte pittige regenbui gaat het vrolijk verder. Change State verkent het grensgebied tussen shoegazer en een pianoballad. De bittere zure buitenkant met het verrassende zoetje binnenin. Het psychedelische vintage Airport 2203 heeft die shoegazer niet eens nodig. Ook zo kaal mogelijk staat Tannhauser Orchestra zijn mannetje.
Genadeloos gaat het in een stukje zwartgallige doomgothic over. Hier werkt het dus wel. The End Is Not the Story kickt van een zorgeloze zomer af. Veel vervreemding en gitaarecho’s. Zegt Tannhauser Orchestra de shoegazer vaarwel en springen ze op de postpunk trein. De toekomst zal het uitwijzen. Met de in maart uitgebrachte In Dust We Trust EP hinten ze hier al op.
Tannhauser Orchestra - Low Tide | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com