Met: Lee Morgan (trompet); Jackie McLean (altsax); Hank Mobley (tenorsax); Cedar Walton (piano); Paul Chambers (bas); Billy Higgins (drums)
Wederom een plaat van Lee Morgan die bij mij tussen de 3,5* en 4* blijft hangen. Verrassend, of juist helemaal niet.
Niet verrassend, omdat de meeste van Morgans eerdere platen ergens in die categorie zitten bij mij. Dit is gewoon uitstekende hardbop: lekker swingend, goede spelers, lekkere solo's, het hele pakketje.
Zo'n beetje elke jazzcriticus die ik er ooit over heb zien schrijven, beweert dat de trompettist na het succes van The Sidewinder werd gedwongen dit soort muziek te blijven maken, terwijl hij véél meer in zijn mars had. Als voorbeelden worden dan vaak Search for the New Land genoemd, of zijn bijdrage aan Grachan Moncurs Evolution. Ik zou daar Tom Cat en The Gigolo aan willen toevoegen, twee iets conventionelere platen, maar wel momenten dat alles bij elkaar kwam wat goed is aan Lee Morgan.
Al die genoemde platen nam hij eerder op dan Charisma. En dan moet ik toegeven, op dit moment in mijn speurtocht door zijn oeuvre ben ik dan wel een beetje teleurgesteld door gewoon 'weer een lekkere hardbopplaat' zonder echte uitschieters (laat je niet foppen door de hoes, er is niets psychedelisch aan dit album).
Daarbij meegerekend dat Lee Morgan niet per se de studio ingedoken zal zijn met het idee om mij bijna zestig jaar later tevreden te stellen. En dat het bij uitstek een moderne tik is om van muzikanten te verwachten dat ze elke plaat met iets totaal nieuws en woest avontuurlijks komen. Maar toch.