Mssr Renard
Andy Nogger en Let It Out worden altijd gezien als de ultieme platen van de band; hun hoogtepunt. Andy Nogger is de laatste plaat van het oorspronkelijke kwart (Wolbrandt/Hattler/Pappert/Fride). Pappert blijft na Andy Nogger nog wel in de band, maar de band zal op Let It Out uitgebreid worden tot een kwintet met toetsenist Ingo Bisschoff.
De band is op Andy Nogger duidelijk gegroeid. De band schrijft betere songs, en de solo's zijn beter geworden. Dit geldt voor zowel Pappert (altsax) als Wollbrandt (gitaar). Ook is drummer Fride duidelijk gegroeid, zijn fills zijn sneller en zijn accenten diverser geplaatst. De belagrijkste kenmerken van de band: melodie en ritme zijn erg goed gebalanceerd. De band wisselt tussen de wat meer standaard rockritmes wat zich ook uit in rockend slaggitaar en stuwende bas, en de wat meer losse en asyncopische jazzrock ritmes met meer tempowisselingen en onverwachte accenten.
De voorgaande platen waren allemaal zelf-geproduceerd (wat gezien de kwaliteit toch best een goede prestatie was), maar de band maakt hier gebruik van de kunsten van Conny Planck, wat zich vertaalt in de ruimtelijker geluid en meer detail in bijvoorbeelde de stereo-panning en tape-manipulatie. De band gaat hierdoor niet direct richting Soft Machine, en blijft in hun geheel eigen funky jazzrock-stijl spelen.
De stukken met zang zijn wat spaarser, en de nadruk ligt dan ook vooral op instrumentale stukken. De band verliest zich in de instrumentale nummers en passages niet in psychedelische jams, maar zoekt vooral de interactie op met elkaar. Het spel van Pappert, Wollbrandt en Hattler is zo enorm goed gesynchroniseerd dat menig band er jaloers van kan worden. Intussen wordt Fride niet aan zijn lot over gelaten want zowel Hattler als Wollbrandt spelen ook erg ritmisch. Daarnaast speelt Pappert zo nu en dan ook percussie mee.
Het is ontzettend knap dat een band van vier personen zo een ontzettend volle en complete sound kunnen neerzetten. Dat is ook te danken aan de sublieme productie van Planck. Maar ook live weet de band uiterste gebalanceerd en gecontroleerd te spelen. De band is inmiddels een virtuoos collectief geworden.
De rockgitaar van Wollbrandt lijkt op deze plaat iets meer te rocken en jazzy baslijnen van Hattler lijken iets kalmer. Met de studiotovenarij van Plank moet dat ook wel, ander zou het toch nog een chaos worden. Terwijl de plaat in al zijn gekte en sonische experimenten toch vooral een erg gebalanceerde plaat is.
Holiday Am Matterhorn is hier het Pièce de résistance en zal dat ook altijd blijven in de livesets van de band. De stuwende reverb-bas en de gitaarlicks die het nummer beginnen, zuigen de luisteraar direct naar binnen. Maar het is de unisono gitaar/altsax thema wat het nummer zo onmiskenbaar maken. De band blijft een tijdje in dit thema hangen, waarna het tegen het midden van het nummer wat gas terugneemt, om daarna Wollbrandt in verschillende lagen te laten soleren (ook hier weer mooi gebruik van stereo-panning), wat soms wat doet denken aan het leadgitaarspel van Andy Latimer. De bandleden buitelen hier over elkaar met hun solo's (altsax, gitaar, basgitaar, drums en percussie) waarna het hoofthema het nummer weer mag afsluiten. Het is zo'n thema dat nog dagen in je hoofd blijft spoken. Sterker nog, na dit nummer heb ik zo de behoefte eens Matterhorn te bezoeken, maar ik ben geen bergbeklimmer.
Ik weet alleen echt niet wie Gentle Giant voor het eerste noemde, maar daar klinkt de band totaal niet naar. Maar iedereen is vrij om zijn of haar eigen associaties te hebben. In elk geval is deze plaat zonder twijfel het beste werk van de band. En als iemand al eens iets van Kraan zou willen beluisteren, waarom dan niet deze?