MusicMeter logo menu
MusicMeter logo
poster

Kraan - Andy Nogger (1974)

mijn stem
3,66 (16)
16 stemmen

West-Duitsland
Rock / Jazz
Label: Spiegelei

  1. Stars (5:17)
  2. Andy Nogger (3:50)
  3. Nam Nam (5:50)
  4. Son of the Sun (5:02)
  5. Holiday Am Marterhorn (7:40)
  6. Home (5:40)
  7. Yellow Bamboo (4:25)
totale tijdsduur: 37:44
zoeken in:
avatar
Harald
Derde en ook beste plaat van de duitse Krautrockers "Kraan", geproduceerd van de legendere duitse producent Conny Plank.

Swinging funkriffs, ruwe saxophonsolis, jazzige hoogtevluchten gemixt met een beetje rare duitse humor kenmerken deze plaat.

"Andy Nogger" hoort in iedere serieuse Krautrock verzameling

avatar
Kingsnake
Absolute topper vd deze band.

Enigszins vergelijkbaar met Camel en Caravan.
Op deze plaat staat het magistrale Holiday Am Marterhorn.

Dit is de laatste plaat in de legandarische eerste line-up.

Jazzrock,symfo, funk enkrautrock samengesmolten tot een subliem geheel.

avatar
Ozric Spacefolk
Wel als Kingsnake gereageerd, maar nog niet onder mijn huidige moniker...

Kraan maakt een soort symfo die lijkt op wat The Canterburyscene bracht (Caravan, Soft machine etc.)...

Rockgerichte jazzrock met wereldinvloeden en wat psychedelica... De bezetting is drums/bas/gitaar/sax/percussie...

Dit is hun beste plaat, vind ik...

avatar van vigil
4,0
Ik heb zo'n handzaam boxje gekocht met daarin 1ste vier platen van Kraan. Dat is een fijne koop geweest en deze steekt er wel (lichtjes) bovenuit. Sowieso zit er geen slechte plaat tussen hoor.

avatar
Mssr Renard
De eerste vier platen zijn de meest populaire plaat van deze overmoeibare band.

Ooit begonnen als psych/krautrockband, die daarna haar pijlen richtte op jazzrock en via de funk bij de new wave uitkwam en daarna weer terugkeerde naar hun bekend mix van funk en fusion.

Kraan is wat mij betreft echt één van de betere duitse fusion-bands uit deze tijd (en er waren er echt veel: Passport, Birth Control etc.), omdat de songs gewoon zo lekker zijn en mooi blijven hangen. De baspartijen zijn echt dik en funk, de drums groovy en de cleane gitaarpartijen waren hun tijd ver vooruit.
Hier zit Pappert als saxofonist nog bij de band. Hij zal niet lang hierna het veld ruimen voor een toetsenist, waarna de sound van de band wat slicker wordt.

In elk geval is Andy Nogger een geweldige plaat met het magistrale Holiday am Marterhorn erop. Echt een plaat die ik kan aanbevelen voor mensen die wel houden van de wat vrolijkere en speelse kant van het prog/fusion-spectrum.

avatar van ABDrums
4,0
De zang doet bij wijlen inderdaad wat aan Derek Shulman van Gentle Giant denken. Ik heb dat altijd als een goede zanger met een karakteristieke stem gezien, dus ik bedoel die vergelijking als compliment.

Ik hoor ook nog een scheut Camel (vooral in het basswerk), een flinke schep jazz (waar ik helaas weinig bekend mee ben en dus niet echt een naam aan kan koppelen) en een vleug King Crimson (het jammende karakter op compositie-niveau gezien.

Al met al dus een amalgaam waar ik heel erg blij van wordt, want ik houd van alle bands die ik hier nu genoemd heb. Deze zal ik eens wat vaker de revue laten passeren, alsmede de andere platen van deze band. Ik ben benieuwd wat voor verborgen pareltjes zich aan mij gaan openbaren.

avatar
Mssr Renard
Wat bijzonder dat je nu Kraan hebt ontdekt. Ten onrechte vaak in de krautrock-hoek gezet, terwijl ze meer een jazzfunk/fusion band zij, zoals Secret Oyster (Denemarken) Hjäxmjölk (Zweden) of hun landgenoten Passport.

Inderdaad wel een vergelijkje met Camel ten tijde van Rain Dances. Het hoogtepung van Kraan is ook wel toen Alto Papper saxofoon bij hen speelde.

Kraan redde het met hun funk prima in de jaren '80 door er new wave-elementen bij te voegen.

Een bijzondere en ook erg ondergewaardeerde band.

avatar
Mssr Renard
Andy Nogger en Let It Out worden altijd gezien als de ultieme platen van de band; hun hoogtepunt. Andy Nogger is de laatste plaat van het oorspronkelijke kwart (Wolbrandt/Hattler/Pappert/Fride). Pappert blijft na Andy Nogger nog wel in de band, maar de band zal op Let It Out uitgebreid worden tot een kwintet met toetsenist Ingo Bisschoff.

De band is op Andy Nogger duidelijk gegroeid. De band schrijft betere songs, en de solo's zijn beter geworden. Dit geldt voor zowel Pappert (altsax) als Wollbrandt (gitaar). Ook is drummer Fride duidelijk gegroeid, zijn fills zijn sneller en zijn accenten diverser geplaatst. De belagrijkste kenmerken van de band: melodie en ritme zijn erg goed gebalanceerd. De band wisselt tussen de wat meer standaard rockritmes wat zich ook uit in rockend slaggitaar en stuwende bas, en de wat meer losse en asyncopische jazzrock ritmes met meer tempowisselingen en onverwachte accenten.

De voorgaande platen waren allemaal zelf-geproduceerd (wat gezien de kwaliteit toch best een goede prestatie was), maar de band maakt hier gebruik van de kunsten van Conny Planck, wat zich vertaalt in de ruimtelijker geluid en meer detail in bijvoorbeelde de stereo-panning en tape-manipulatie. De band gaat hierdoor niet direct richting Soft Machine, en blijft in hun geheel eigen funky jazzrock-stijl spelen.

De stukken met zang zijn wat spaarser, en de nadruk ligt dan ook vooral op instrumentale stukken. De band verliest zich in de instrumentale nummers en passages niet in psychedelische jams, maar zoekt vooral de interactie op met elkaar. Het spel van Pappert, Wollbrandt en Hattler is zo enorm goed gesynchroniseerd dat menig band er jaloers van kan worden. Intussen wordt Fride niet aan zijn lot over gelaten want zowel Hattler als Wollbrandt spelen ook erg ritmisch. Daarnaast speelt Pappert zo nu en dan ook percussie mee.

Het is ontzettend knap dat een band van vier personen zo een ontzettend volle en complete sound kunnen neerzetten. Dat is ook te danken aan de sublieme productie van Planck. Maar ook live weet de band uiterste gebalanceerd en gecontroleerd te spelen. De band is inmiddels een virtuoos collectief geworden.

De rockgitaar van Wollbrandt lijkt op deze plaat iets meer te rocken en jazzy baslijnen van Hattler lijken iets kalmer. Met de studiotovenarij van Plank moet dat ook wel, ander zou het toch nog een chaos worden. Terwijl de plaat in al zijn gekte en sonische experimenten toch vooral een erg gebalanceerde plaat is.

Holiday Am Matterhorn is hier het Pièce de résistance en zal dat ook altijd blijven in de livesets van de band. De stuwende reverb-bas en de gitaarlicks die het nummer beginnen, zuigen de luisteraar direct naar binnen. Maar het is de unisono gitaar/altsax thema wat het nummer zo onmiskenbaar maken. De band blijft een tijdje in dit thema hangen, waarna het tegen het midden van het nummer wat gas terugneemt, om daarna Wollbrandt in verschillende lagen te laten soleren (ook hier weer mooi gebruik van stereo-panning), wat soms wat doet denken aan het leadgitaarspel van Andy Latimer. De bandleden buitelen hier over elkaar met hun solo's (altsax, gitaar, basgitaar, drums en percussie) waarna het hoofthema het nummer weer mag afsluiten. Het is zo'n thema dat nog dagen in je hoofd blijft spoken. Sterker nog, na dit nummer heb ik zo de behoefte eens Matterhorn te bezoeken, maar ik ben geen bergbeklimmer.

Ik weet alleen echt niet wie Gentle Giant voor het eerste noemde, maar daar klinkt de band totaal niet naar. Maar iedereen is vrij om zijn of haar eigen associaties te hebben. In elk geval is deze plaat zonder twijfel het beste werk van de band. En als iemand al eens iets van Kraan zou willen beluisteren, waarom dan niet deze?

avatar

Gast
geplaatst: vandaag om 12:11 uur

avatar

geplaatst: vandaag om 12:11 uur

Let op: In verband met copyright is het op MusicMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.

Let op! Je gebruikersnaam is voor iedereen zichtbaar, en kun je later niet meer aanpassen.

* denotes required fields.