Met: Harold Land (tenor sax), Bobby Hutcherson (vibes), Stanley Cowell (piano), Reggie Johnson (bass), Joe Chambers (drums)
Een plaat waarop elke aanwezige muzikant me van de ene in de andere verbazing stort. En dan heb ik ze stuk voor stuk al hoog zitten, maar op deze plaat ontstijgen ze zichzelf echt.
Hutcherson is een artiest die ik best lang links heb laten liggen. Onterecht, zo is nu al vaak gebleken. Voor mij was er altijd maar één vibrafonist in de jazz en dat was Milt Jackson. Maar waar Jackson de uitdaging meer zocht binnen klassieke muziek en subtiele swing, daar zoekt Hutcherson em in de vrijere postbop. Zelf heb ik nooit zo'n probleem gehad met de vibrafoon zoals sommige lieden hier, al maak je mij zelden blij met een plaat van Lionel Hampton. Best een prettig geluid al zeg ik het zelf, zo'n vibrafoon. En in handen van iemand als Hutcherson is het helemaal goud. Hij speelt vloeiend, uitdagend en bij vlagen ontzettend mooi. Maar hij is vooral een meester in het opzetten van meesterlijke bands en het schrijven van geweldige composities. Op deze plaat zijn ze allen van zijn hand: ze zijn herkenbaar, speels en met veel ruimte voor de hier toch al zo briljante ritmesectie.
Dan Harold Land: ook hem had ik hoog zitten maar hier komt het echt uit zijn tenen, en dat op een positieve manier. Interssant is om de invloed van Coltrane op zijn spel hier te horen. Hij heeft zich duidelijk verder door ontwikkelt sinds de jaren '50 waarin hij ook al heerlijk kon spelen met ondermeer Elmo Hope en Clifford Brown. Hier is hij nog een stuk avontuurlijker en zijn spel samen met Hutcherson is magisch (ze zijn dan ook op nog veel andere opnames met elkaar te horen. Land bevindt zich op deze plaat in ieder geval op de grenzen van traditionele bop.
Stanley Cowell vervolgens: hier nog piepjong en vol in zijn creatieve en artistieke ontwikkeling. Hij klinkt echter zeer volwassen en solide. Hij luistert uitstekend naar de rest van de band en zijn solo's zijn een ware lust voor het oor. Zacht, uiterst goed navolgbaar en heel harmonieus. Reggie Johnson bast hier zoals ik hem nog nooit heb horen bassen. Hij pakt alle vrijheid die hem wordt gegund binnen de composities van Hutcherson en duikt alle kanten op. Tegelijkertijd weet hij een hele strakke basis neer te zetten met drummer Joe Chambers die ik ook nog nooit zo tekeer heb horen gaan. Laat er geen misverstand over bestaan: hij is sowieso een uitstekende drummer, maar hier treed hij veel meer naar buiten dan normaal. Toch blijft zijn spel altijd op een bepaalde manier bescheiden terwijl er ontzettend veel gebeurt als je goed luistert. Elvin Jones die in de studio iets zachter is gedraaid zeg maar. Wat een ontzettend goede drummer zeg. Jammer dat die soort mannen een beetje in de vergetelheid zijn geraakt. Chambers heeft zo veel bijgedragen aan even zoveel klassiekers: hij verdiend wat meer lof. Maar dat geld eigenlijk voor de meeste spelers op dit album.
Als je deze aanschaft: zorg en dan voor dat je de versie uit de Conaisseur serie aanschaft. Dan krijg je het album 'Spiral', met dezelfde, bezetting erbij cadeau. En die plaat is precies even zo goed als deze 'Medina'. Bobby Hutcherson: ik ben nog niet klaar met hem
