Manchester zal altijd een stad met een grote muzikale vernieuwingsdrang blijven. Dat hebben ze daar in het verleden al ruimschoots bewezen. Op het moment dat de rock daar wat dreigt af te zwakken brengt Shaking Hand daar met een geweldige eersteling verandering in. Vrijwel gelijktijdig verschijnt So Much Country ‘Till We Get There, de ep van het tevens uit Manchester afkomstige Westside Cowboy. Deze net afgestudeerde academici zijn een stelletje veelzijdige getalenteerde muziekliefhebbers die elkaar bij de befaamde Johnny Roadhouse Music muziekwinkel troffen, en daar hun passie deelden en uiteindelijk deze in songs omsmeedden.
Westside Cowboy is een misleidende naam. Ze hebben het grote geluk dat Geese ze als voorprogramma inlijft, anders zouden ze niet direct mijn aandacht trekken. Natuurlijk speelt het mee dat So Much Country ‘Till We Get There door Loren Humphrey geproduceerd is, die recentelijk nog zijn medewerking aan Getting Killed van Geese verleende. Als twee kernleden ook nog eens Aoife Anson O’Connell en Paddy Murphy heten, dan leg je de link ook niet direct met Manchester. Er zal heus wel Iers bloed door de aderen vloeien. Oké, Reuben Haycocks en James Bradbury klinken minder Iers, maar die link is dus snel gelegd.
Strange Taxidermy mengt traditionele folk met rauwe postpunk. Zangeres en bassist Aoife Anson O’Connell heeft iets breekbaars kinderlijks in haar voordracht, en trekt direct alle aandacht naar zich toe. Qua songopbouw hebben ze goed naar het psychedelischere werk van Velvet Underground geluisterd, al geven ze er wel een eigen twist aan. Ja, dan word je wel eventjes van je stoel geblazen. Zou de rest ook zo goed zijn?
Dat blijkt dus inderdaad het geval te zijn. Sterker nog, Aoife Anson O’Connell is niet de enige vocalist binnen Westside Cowboy. Bij de springerige uptempo vintage Can’t See punkrock neemt gitarist Reuben Haycocks het eventjes van haar over. Hij zorgt voor de swagger, een tikkeltje nonchalant, maar net zo doeltreffend. Rommelig, maar wel op een prettige manier aanstekelijk rommelig. In het dromerige melancholische powerpopduet Don’t Throw Rocks delen ze de zangpartijen. Het is bijna een amicaal gebaar van elkaar iets gunnen. Prachtig hoe ze dit vanuit zoveel rust tot een explosief eindakkoord uitwerken.
The Wahs, met een jaren negentig, Amerikaans klinkend, indiepopgeluid, toont weer een andere kant van dit veelzijdige viertal. Bij dit soort stevige passages is het Reuben Haycocks die prominent de hoofdrol opeist. En dan geloof je bij de korte, bijna evangelische samenzang van In the Morning amper dat dit dezelfde band betreft. Simpel, doeltreffend en tegen het Do It Yourself principe aan. Zo lang de bandleden er zo onbevangen puur in blijven staan, heb ik de volste vertrouwen in Westside Cowboy. Een mooie aanwinst in het hedendaagse grijze muziekklimaat. Laat die volwaardige plaat maar komen!
Westside Cowboy - So Much Country ‘Till We Get There | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com