In 2018 was het Deense MØL voor mij de grote metalontdekking van het jaar. Blackgaze, het genre waarmee Alcest groot werd en waarvoor de Amerikanen van Deafheaven voor meer internationale bekendheid zorgden, had er nu een Deense gedoodverfde concurrent uit Aarhus bij. De single ‘Bruma’ wist mij direct te bekoren en MØL’s debuutplaat
Jord kan nog steeds op veel draaibeurten rekenen. Maar hoe is het anno 2026 gesteld met mijn liefde voor deze blackgazers?
Inmiddels zijn er, in aanloop naar de release van de derde langspeler
DREAMCRUSH, drie singles verschenen: ‘Garland’, ‘Young’ en ‘CRUSH’. Van die singles is het vooral ‘CRUSH’ die mijn aantrekkingskracht voor de cocktail van shoegaze en black metal het meest in stand houdt. Al moest ik aan het begin wel wennen aan de toename van normale zang van Kim Song Sternkopf. Het waren immers zijn ijzige blackmetalvocalen waarvoor ik in het begin viel voor deze Deense band. Van de ongerepte natuur die duidelijk hoorbaar was op
Jord is geen sprake meer. Maar dat valt ook niet te verwachten als je met je derde plaat op de proppen komt, de tweede die uitgebracht is op Nuclear Blast, een van de grootste platenlabels voor harde muziek. Daarmee wil ik niet zeggen dat de platenmaatschappij invloed uitoefent op deze band om een meer mainstream geluid aan te meten.
‘CRUSH’ is naast de derde single ook het schoolvoorbeeld van de vaste receptuur die je vooral op
DREAMCRUSH terugvindt, namelijk een afwisseling van normale zang in de coupletten, afgewisseld met blackmetalshriek in het refrein. Een beproefd recept waarvan het gevaar schuilt dat het repetitief kan worden, zeker ook omdat deze verandering al in gang was gezet op
Diorama, de tweede plaat van MØL, waar een zekere evolutie gaande was van rauwheid naar een verfijnder, dromeriger geluid.
En ook tekstueel is ‘CRUSH’ representatief voor het album. ‘CRUSH’ verwoordt de pijn die erbij komt kijken wanneer je een oude identiteit, gevormd binnen een toxische relatie, van je afwerpt - zoals een slang vervelt om ruimte te maken voor een nieuw begin, namelijk:
You find yourself revealed
You find yourself again
Towards the fade of embers
Again
Een droom die in duigen valt en het constante spanningsveld tussen verschillende vormen van tijd: de werkelijkheid, het heden en die van het verleden en dromen. Of om zomaar een interview in het Britse
KERRANG! te citeren: ‘[DREAMCRUSH], it’s an album that challenges the very notion of chasing your dreams and instead urges the listener to live in the now’ (
Sternkopf, 2026).
Verder doet de opener ‘DREAM’ mij enigszins denken aan de tweede incarnatie van het Noorse Kvelertak met Ivar Nikolaisen aan het roer, door zowel de zang als de gitaren. ‘Små Forlis’ daarentegen heeft qua sound eerder iets weg van Deftones en hierop klinkt de normale stem van Sternkopf soms als Katatonia’s Jonas Renkse.
Ook op de blackgaze-oorwurm ‘YOUNG’ wordt gespeeld met het concept van tijd: ‘Time is a taker / Not a giver / Like I was told.’
DREAMCRUSH introduceert naast de vertrouwde mix van black metal en vooral shoegaze ook nog invloeden van 90s alternative die vooral goed te horen zijn op het melancholische ‘Hud’ en het Amerikaans aandoende ‘Dissonance’, waar een vergelijking met The Smashing Pumpkins zeker niet ver gezocht is, en in mijn ogen ook geen slechte ontwikkeling, aangezien ‘Dissonance’ wel iets nieuws toevoegt aan het steeds kleurrijkere palet van MØL.
Ondanks het feit dat
DREAMCRUSH coherenter is dan zijn voorganger
Diorama, zijn er ook enkele misstappen aan te wijzen op de nieuwste langsspeler van MØL. Zo had het instrumentale ‘∞’ van mij geschrapt mogen worden. Dit korte nummer kan niet rekenen op afspelen tot in de oneindigheid. En ook ‘A Former Blueprint’ is niet erg geslaagd; door de te langdradige intro weet het mijn aandacht niet vast te houden.
In ‘Mimic’ wordt nog een keer het denkbeeldige gaspedaal ingedrukt en gespeeld met de tijd: ‘You speak to someone who is no longer here / Conversations into the air’. En dat geldt eigenlijk ook voor MØL. De MØL waar ik verliefd op werd ten tijde van
Jord is niet meer langer hier op aarde. En dat is niet jammer, want daarvoor is een band in de plaats gekomen die, anders dan menig andere metalband die steeds hetzelfde trucje doet, zichzelf wel heeft ontwikkeld en wederom een sterke plaat heeft afgeleverd. Maar toch blijf ik hunkeren naar die eerste liefde op
Jord. Ik hoop dat MØL op hun vierde plaat wel een andere weg inslaat, anders wordt het te veel herhaling. Misschien moeten de dromen dan maar weer mooi plaatsmaken voor een grilliger verloop in het leven.