Geen misverstanden. Met de muziek van Alice George Perez ga je niet naar Spanje of ergens naar Latijns-Amerika. Deze singer-songwriter heeft dan wel heel wat van de wereld gezien, haar paspoort blijft Frans, terwijl haar jeugd en tienerjaren zich wegens papa’s diplomatieke bezigheden in Japan en Nieuw-Zeeland afspeelden. Engels werd daar haar moedertaal. Na even Schotland en Marseille werd het uiteindelijk Brussel, waar ze bijna een decennium geleden al wortel schoot.
Alice George Perez, ze heeft nu haar betoverend A Song With The Title of Lunch Bells uit, een albumdebuut dat bij wijlen de weldadige sferen ademt van het werk van songwriters als Damien Rice of Beth Gibbons. Ze opent daarop heel gedurfd met misschien wel het moeilijkste nummer, Colourfornia dat dan wel alles mooi samenvat. Je ontdekt snel een parel van een song, minimalistische folkpop langzaam groeiend vanuit een poos absolute stilte, gedrenkt in hoogst melancholische vioolsnaren, gefluit van vogeltjes en kabbelend water.
Een eerste juweel nog maar van ingetogenheid en illustratie van de verscheidenheid van het akoestisch klankenpalet van Alice George Perez. Meteen ook een van de persoonlijke lievelingen van de componiste zelf. Bijna acht minuten mijmerende vertelling, meestal alleen in de ijle ruimte, op gitaar, soms gesteund door polyfonie, terwijl haar eigen prachtige stem er dan uit opstijgt naar de hoogten bijna van Joanna Newson- of Kate Bush.
Haar werkwijze leunt opvallend sterk aan bij die van streekgenote Melanie Di Biasio op haar onvolprezen, even reislustige Il Viaggio. Extra zuurstof steken met veldopnamen, natuurgeluiden gemengd met zachte elektronica. Een dimensie die vlot harmoniëert met haar liederen die er uitfladderen als waren het koralen. Fraaie voorbeelden hiervan te over, tot en met de weemoedige meerstemmige afsluiter Mum.
Geen wonder dat, net als bij Di Biasio, zoiets ook perfect in een kerk opleeft. Zij trok daarom voor de opname van het hele album samen met haar even enthousiaste buurman-producer Tom Stadnicki naar de Franse Ardennen en ze legden er de uitzonderlijke reverb vast die in het eeuwenoud versterkte Sint-Niklaaskerkje van Signy-le-Petit rondwaart.
Tout court, Alice George steekt hier met een sterk werkstuk meteen haar neus aan het venster. Boeiende, spannende indie-folkpop die nochtans zes jaar nodig had om op een fysiek album te kunnen belanden. Terwijl haar talent intussen in haar Brussel dan wel tot een goed bewaard geheim mocht uitgroeien. Het was double bass-virtuoos Nicolas Rombouts, mede-spilfiguur van Dez Mona, die met muzikale hand- en spandiensten haar folkpartner in crime werd en haar album op de sporen zette bij zijn ferme Mokuhi Sonorities-label.
Al vanaf heel jonge leeftijd klopt Alice George’s hart voor muziek. Vooral met gitaar kan ze uitstekend overweg. Op haar socials zien we ze schitterend folkvoorvaderen als Derroll Adams vertolken en niet voor niks ging ze voorheen met twaalf gitaren de baan op als de ‘fingerpicker from hell with a golden voice’. Maar evengoed beroert ze die snaren net zo fijnzinnig als de delicate Franse kleinkunstenaars van weleer.
Het leeft allemaal verder in die intense songs over leven, liefde en dood. Ze lijken samengebonden en met elkaar verbonden, zoals ze het ook zelf zegt, als een slinger van verhalen voor de eeuwigheid. Zoals dat dartele kleinood Little Yellow Sock, geschrankt door weer die zelfzekere, charmante violen en iele achtergrondstemmetjes. Een kleine pakkende lovesong over een overleden geliefde, muzikale zielsgenoot. Of in het lieftallige The Stream, nog zo’n folkie fingerpicker die zo mooi doorloopt tot aan mysterieus voortstuwend water. Of in het in golven opwellende Submerged Allies, uitmuntende song weer met een bedwelmende harpnotenregen à la, jawel, Joanna Newsom.
https://youtu.be/QHcKjkTXIYE?si=23s6aYax9hRvcLcj
Haar eerste single The Crow was ook al een visitekaartje voor het album. Een hemels kerkwalsje in een bedje van zachtheid, met de absolute waardigheid van zijn akoestische gitaarakkoorden en vooral daartussenin die meeslepende elfenstem van haar. Hoe mooi wordt die daarbij dan ook nog gevolgd door het melancholisch meedeinend koortje. Moet pracht nog meer zijn?
https://youtu.be/LSNhg1dSs-w?si=PmThaO0VWwJKFmK6
Een gevoel van ongemoeide weidsheid zit in Introduction to Nowhere, schitterende a capella-song met enkel die klein neerdruppelende gitaarnootjes. En het zwevende Coltrane daarop, alleen maar pure in sfeer wegdeemsterende sereniteit.
Alice George Perez blijkt met niet meer dan een sober instrumentarium van strijkers, harp, double bass, wat synths en veel meerstemmigheid in staat om nu eens speels, dan weer dreigend en donker uit de hoek te komen. Haar melodische songs, al dan niet bijgekleurd met verstilde elektronische soundscapes, etaleren rijkdom en kwetsbaarheid die nu eens oud en vertrouwd klinkt, dan weer breken ze grenzen open. A Song With The Title of Lunch Bells is een en al sierlijke elegantie. Geen wonder dan ook dat afwezigheid van elektrische gitaren hier dan ook niet als een gemis aanvoelt.
Een album volop voor fijnproevers dus, met Alice George Perez als de mooist zingende nachtegaal in haar bos. Intimiteit voert er de hoofdtoon, er heerst een niet-alledaagse aangename rust. Fantasievolle songwriters als zij houden kunstige folkpop alive and kicking. Een album zo fris en luchtig, het verdient zonder voorbehoud onze aandacht.