Ik vond deze cd in een 'Easy Cash' in Noord Frankrijk. Opvallend, want deze Canadese proggroep is relatief onbekend. Wat misschien meespeelt is dat de groep uit het Franstalige Quebec komt en mede door de taal zijn er wel banden met Frankrijk. De teksten van Dagmzijn ähr gewoon in het Engels, maar de oorspronkelijke leden Mathieu Lassard (zang en gitaar), Yves Hallée (bas), Pierre Massicotte (keyboards) en Phillippe Lachance (drums) hebben wel duidelijk Franstalige namen.
Hier in Nederland totaal onbekend hoewel het Nederlandse Progwereld de tweede plaat van deze groep (As Far As We Get) van een recensie heeft voorzien en ProgArchives het debuut beoordeelde met 3,24/5.
De belangrijkste invloeden zijn King Crimson uit het "Red"-tijdperk, Van der Graaf Generator uit hun tweede periode en Marillion uit de Fish periode (in hun beginjaren coverden ze voornamelijk materiaal van deze drie bands).
Maar het is geen kopiëren van deze muziek, het lijkt meer een eerbetoon aan zowel de vintage als de moderne (rond 2000) progressieve rockscene.
Wat in ieder geval duidelijk is, het plezier om muziek te maken spat er van af.
De plaat start met een 10 minuten durende song 'in every failure'. Dat laat gelijk het karakter van de groep horen, De focus ligt op zanger en gitarist Mathieu Lassard, die krachtig, vaak wat agressief gitaarspel levert en ook a la Peter Hammill zingt. Het gebruik van instrumenten zoals de viool in " In Every Failure", een viool-cello duet in "A l'aube de .." en piano (kort maar krachtig in "Paradox for two piano's") geeft de muziek een sterke klassieke ondertoon.
Maar er zijn ook stevigere stukken, zeker in 'in every failure' en ook in het afsluitende nummer. 'Leaving for Paris'. Dat is een 16 minuten durend epos met veel verschillende fragmenten. Het start met orgelklanken en gitaarakkoorden in de stijl van Steve Howe die plaatsmaken voor een diepe, atmosferische synth/gitaar-gedreven sound met een duidelijke Marillion-invloed. Vervolgens levert Mathieu Lassard opnieuw een prestatie met zijn gevoelige stem (Peter Hamiill is nooit ver weg), ditmaal begeleid door een zware baslijn, voordat de geest van Robert Fripp's gitaar opduikt en Dagmähr dit combineert met melodische keyboards en piano's. Het nummer eindigt op een neosymfonische manier, met een reeks mooie elektrische solo's en de spannende slotzang van Mathieu Lassard.
Ik was aangenaam verrast door dit album , day nog wel de sfeer ademt van de hoogtijdagen van de progmuziek, maar hier toch een eigen draai aan heeft gegeven. Kijken of ik het tweede album ook nog te pakken kan krijgen.