Van sommige artiesten zou je haast gaan vermoeden dat ze niet bekend wíllen worden. Gibson is er zo eentje, want sinds zijn debuut uit 2012 heeft hij eigenlijk geen slechte plaat gemaakt, met als belangrijkste ingrediënt altijd die bizarre bromstem (even bronstig als desolaat, even griezelig als wonderschoon) en muziek die je tijdloos zou kunnen noemen, maar dan zo tijdloos als een Lynchiaanse koortsdroom: niet boven elk tijdperk verheven, maar buiten iedere tijdsbeleving geisoleerd. Je zou eigenlijk alles van hem willen volgen, maar constant verschijnt en verdwijnt z'n muziek van de streamingdiensten, blijkt hij een EP te hebben uitgebracht die dan weer nergens te verkrijgen is, etcetera. Ik verwacht, ook gezien de stemmen hier, dat Lake Mary Not Mysterious weinig aan zijn populariteit zal veranderen. Maar wat een heerlijk album is dit zeg, grotendeels een stuk luchtiger dan zijn eerdere werken, maar uiteraard betreft dat luchtigheid van een bedrieglijke aard en is daarmee des te gevaarlijker. Een plaat die in je ziel blijft rondspoken en waarvan je zelf ook gaat rondspoken, toch steeds weer gevaarlijk verlangend naar meer.