Na het beluisteren van het Mambas album ‘Torment en Toreros’ (T&T) was ik dringend aan iets vrolijkers toe. Dat gevoel moet haast elke luisteraar van 'T&T' overvallen. Maar er knaagde iets, waardoor ik toch maar niet naar een zelfgemaakte compilatie-cd met de geinigste liedjes van Urbanus en Van Duin greep. Nee, die weigerachtige houding was niet ingegeven door enig esthetisch dedain. Hoewel eenieder die de woorden 'esthetisch dedain’ bezigt automatisch blijk geeft van een cultureel neerbuigende ingesteldheid.
Mijn twee sterren-review van 'T&T' – u kiest zelf in welke betekenis - zat me dwars. Ook al beschouw ik die beoordeling als doodeerlijk en voldoende onderbouwd, een onweerstaanbare drang tot Wiedergutmachung had zich van mij meester gemaakt. Ik had op veilig kunnen spelen door iets toegankelijks van Almond op te leggen zoals ‘Stories of Johnny’ of ‘Chaos and a Dancing Star’. Door ‘Bite Back and Blues’ op te leggen – met ca. € 60 begin jaren 2000 de duurste tweedehands LP die ik ooit kocht – nam ik een onberekend risico. Bij tegenval zou ik misschien wel alles van The Mambas voor een decennium of langer verbannen, terwijl daar echt wel ‘goei gerief’ tussen zit.
The Plague zet gelukkig de juiste tonen, heel het liedje lang. Ik ken het nummer van één van de Virgin’s Tale cd’s maar dat dit een zoveelste Scott Walker cover betreft, was me steeds ontgaan. Dat roept de vraag op waarom Almond nooit een volwaardig Walker-album heeft uitgebracht, zoals hij – en Walker – wel deden ter ere van Brel. Walkers werk duikt dus geregeld maar steeds erg fragmentarisch op bij Almond. Op deze plaat is het meteen twee op en rij, (helaas) onderbroken door de onderbroekenlol - Durex en tampons anyone? – die Almond hier verbaal in het publiek gooit. Voor die ene keer dat hij niet de naargeestigheid zelve is, moet ik er weer een issue van maken. Een issuetje, want muzikaal zit alles ook bij In my Room lekker snor.
Fun City gaat natuurlijk niet over een stad vol plezier, of toch niet één waar de verteller veel plezier aan beleeft. Hier wordt de Soft Cell song gestript van Dave Ball’s kling-klang-machine wat een erg treurig geheel oplevert. Ik waardeer deze poging om niet op veilig te spelen, in de volle overtuiging dat pianiste Annie Hogan met sprekend gemak het origineel ook dichter had kunnen benaderen.
Het livegebeuren speelt zich af op 18 december, het is dus niet zo toevallig dat Almond na het derde lied bekent dat hij Kerstmis hartgrondig haat. Een decennium later is hij nog niet tot inkeer gekomen, getuige de zinsnede “... dressed up like a Christmas Tree” en de song ‘Christmas in Vegas’. Terug naar het podium in een zaal nabij Leicester Square eind 1983. Voor de volgende treurmars begint, tokkelt een bandlid lekker uitdagend enkele noten van ‘Jingle Bells’. Deze interruptie kan ik al beter smaken, het levert welgekomen zuurstof voor de zware kost die Gloomy Sunday zeker is. De band volhardt in strakheid en zie: het plaatje is al halfweg en ik hang nog vol goede moed aan de haak.
Krijg nou tieten: de achterkant begint met een jazzy bigband song à la ‘Fever’ en ‘Sixteen Tons’! Maar Almond en zijn kornuiten kiezen hier voor het veel onbekendere Switchblade Operator. Dat levert mijn oprechte felicitaties op voor de unieke songkeuze en de cabareteske uitvoering door de medium-sized band van dienst.
‘Almond & co've got Talent’ had een prima alternatieve titel geweest want het publiek wordt na de introductie van een medezangeres getrakteerd op de onversneden country-blues van Muleskinner Blues. Er wordt net niet gejodeld in deze traditional maar jongens en meisjes wat een speels genot. Ik heb nooit beelden van dit optreden gezien dus stel ik me maar iets voor als Canned Heat met eyeliner.
Ik denk niet dat veel zelfdestructieve en andere goths in de zaal zaten te wachten op een mij minder bekend lied van Nina Simone maar dat kan me werkelijk geen spreekwoordelijk paar teelballen schelen. In Blue Prelude is Almond opeens een jazzcrooner en de blazers doen nu mooi wat ze moeten doen en belangrijker: op de juiste momenten.
Afsluiter Sleaze begint met wat rommelig gestem van snaarinstrumenten maar hé, dit is een semilegale liveplaat. De song is nooit op een regulier album verschenen en zeker wat ‘T&T’ betreft is dat jammer. Indien de band daar evenmin ontspoorde zoals hier in de live-versie had ik dat album geen onvoldoende moeten geven. Als outro gaat de song over in Reed’s Walk on the Wild Side zonder hiervan een kopie te willen zijn, om dat toch weer bij Sleaze uit te komen. M.A.G.I.S.T.R.A.A.L.!
Met enig gepoch meld ik het nog eens: ik bezit de originele LP-uitgave van Bite …. In dat opzicht is de geluidskwaliteit best aanvaardbaar. Ik weet niet of op een latere remaster de geluidskwaliteit zo veel beter is. Indien dat wel het geval is en de schijf redelijk geprijsd wordt aangeboden online of elders: buy, buy buy! Voor vakmanschap, songkeuze, uitvoering, strakheid en gewaagde doch geslaagde stijlvariaties alleen al verdient deze plaat een 4,5. Wat ben ik blij dat ik dit plaatje herontdekt heb, al is het via een getormenteerde omweg. Dat paard gaat nog wel enige tijd op de gang moeten blijven staan en dames in bontjas brengen best nog wat geduld op alvorens de bus of tram arriveert.