Tot vorig jaar kende ik Iron & Wine niet. ‘Kiss Each Other Clean’ was mijn eerste kennismaking met Samuel Beam, de man die schuilgaat achter het goed klinkende pseudoniem. Dat vond ik een sterke plaat, en dat vind ik overigens nog steeds, maar het valt niet echt meer te vergelijken met dit ‘The Creek Drank the Cradle’. Het geluid is hier veel kaler, Beam grijpt met minimale middelen naar de keel middels 11 knappe songs.
De hoofdrol is weggelegd voor de stem van Beam, die soms erg fraaie teksten fluisterzingt. Dat is geen bestaand woord, maar ik gebruik het niettemin, omdat ik gewoonweg geen betere benaming weet te vinden. Beam klinkt zacht, maar het wordt eigenlijk nooit melig. Hij geeft boodschappen mee, maar wordt nooit prekerig. Bijster veel variatie zit er niet in, maar toch gaat het nergens vervelen. Kortom; de verhoudingen op dit album zijn erg goed in balans, en zorgen ervoor dat de plaat nergens de mist in gaat.
Buiten het stemgeluid van Beam horen we ook nog de gitaar, die als belangrijkste begeleidingsinstrument geldt. Het akoestische aspect overheerst, maar nu en dan klinken er ook van die heerlijke, mellow gitaarlijntjes, zoals op prijsbeest ‘Upward over the Mountain’, waarover later meer. Percussie is ook wel terug te vinden denk ik, voor de aandachtige luisteraar, maar heeft volgens mij eerder de functie om niet op te vallen, en puur op het onderbewuste te spelen; een beetje opvulling hier en daar, waar de songs het nodig hebben.
Het overgrote gedeelte op deze plaat kan men scharen onder de folkmuziek, of toch zeker de hedendaagse folkmuziek. Beam’s gitaarpicking is onbezorgd en daardoor ook rustgevend in zekere zin. De kracht schuilt erin dat het na een eerste luisterbeurt nog niet echt opvalt, maar naarmate je de plaat meer gaat beluisteren, vallen je steeds meer dingen op. Zoals eerder gezegd, het is niet de meest gevarieerde plaat, maar er zijn best wat interessante details te vinden, die je (mij, althans) algauw een hele tijd zoet houden.
Buiten de invloeden uit de folkmuziek horen we ook nog andere (minder duidelijke) echo’s terug. Een snufje country, al moet je dat zeker niet al te serieus nemen, vooral gepresenteerd door de gitaarlicks waar ik het eerder over had. Een goed voorbeeld daarvan is misschien wel ‘Promising Light’; een erg rustig, traag nummer, en ik ben niet zeker, maar het zou goed kunnen dat ik een banjo hoor. Een andere invloed is de blues, vooral te horen op het nummer ‘The Rooster Moans’. Een bluesy gitaarmotiefje ondersteunt Beam’s zang, de structuur heeft wel wat weg van de blues, maar het is zeker geen schaamteloze kopie. Het is Beam’s ideale compromis tussen folk en blues, naar mijn mening. Ook ‘An Angry Blade’ kent bluesy gitaarwerk.
Het beste nummer van de plaat verdient wel een eigen paragraaf, dacht ik. ‘Upward over the Mountain’ is ook meteen het langste nummer van de plaat, die voor het overige bestaat uit veelal korte songs. De plaat duurt dan ook maar 40 minuten. Maar goed, het prijsbeest dus. Vooreerst is het nummer gezegend met een prachtige, ontroerende tekst, een enig staaltje songwriting. De tekst treft me reeds van bij de eerste luisterbeurt diep, en nu nog steeds moet ik een traantje wegpinken elke keer ik het nummer hoor. Het doet me nadenken over mijn familie, over mijn ouders in het bijzonder. Ja, er zijn wel eens conflicten tussen mij en m’n ouders, dat zal iedereen wel eens voorhebben. Maar het zijn de mooie momenten die je moet koesteren, waar je jezelf kan aan optrekken, dat is de kracht van zo’n onlosmakelijke verbinding. Naast het tekstuele aspect heb je ook nog de ijzersterke, drijvende melodie, en het prachtige gitaarwerk tussendoor.
Niet alleen de tekst van ‘Upward over the Mountain’ is de moeite waard, ook de andere teksten zijn grotendeels erg, erg sterk. Een bloemlezing van mijn favoriete passages:
“The water’s there to warm you;
And the earth is warmer, when you laugh.” (‘Lion’s Mane’)
“So may the sunrise bring hope where it once was forgotten;
Sons are like birds flying upwards over the mountain.” (‘Upward over the Mountain’)
“Mother, I made it up from the bruise on the floor of this prison;
Mother, I lost it all of the fear of the Lord I was given;
Mother, forget me now that the creek drank the cradle you sang to;
Mother, forgive me I sold your car for the shoes that I gave you.” (‘Upward over the Mountain’)
“Grace is a gift for the fallen, dear;
You’re an angry blade and you’re brave;
But you’re all alone.” (‘An Angry Blade’)
“We found you sleeping by your lover’s stone;
A ream of paper and a telephone;
A broken bow across a long lost violin.
Your lover’s angel told the captain’s man;
It never ends the way we had it planned;
And kissed her palm and placed it on your dreaming head.” (‘Muddy Hymnal’)
Deze laatste regels, trouwens ook de afsluitende regels op het album, vormen een mooie aanleiding om ook mijn bespreking af te sluiten. Deze nummers zullen waarschijnlijk nooit op de radio gespeeld worden (al weet je nooit, met die “folkrevival”), dan geef ik zijn meest recente plaat meer kans, maar dat hoeft ook helemaal niet. Het zou goed zijn mocht deze plaat een beperkte fanbase blijven behouden, zo blijft het ook intiem. De boodschappen die Beam de wereld instuurt zijn dan natuurlijk wel voor iedereen van toepassing. ‘The Creek Drank the Cradle’ is een mooie, rustige, kleine plaat, maar weet me te raken. En daar gaat het ‘m om.
4 sterren