Met: Duke Pearson (piano); Gene Taylor (bas); Lex Humphries (drums)
Voor deze wil ik wel even een lans breken. Ik volg een aantal Instagramgebruikers die over jazz posten (wat meestal neerkomt op: kijk eens wat voor onbetaalbare eerste persingen ik allemaal heb, maar zo gaat dat), en één daarvan noemde dit misschien wel de beste piano-trioplaat op Blue Note.
Of dat zo is weet ik niet. Waar op Instagram meestal halleluja geroepen wordt over de hele Blue Note-catalogus, blieft men deze platen op Musicmeter minder. Case in point: 15 jaar na het toevoegen heeft deze plaat pas drie (niet heel hoge) stemmen vergaard, en heeft blijkbaar niemand ooit gemerkt dat de tracktitels verkeerd waren geïmporteerd (correctie ingediend).
En nee, heel avontuurlijk is het niet, het klinkt wel zo'n beetje hoe je verwacht dat een Blue Note pianotrio-sessie uit 1959 zou klinken. Weinig grote ambities, Pearson en zijn twee companen maakten er een relaxte sessie van waarbij je als luisteraar niet bepaald overweldigd wordt.
Toch heb ik steeds als ik dit luister de neiging om te gaan zwelgen in een romantische bui. Het spel van Pearson heeft gewoon iets charmants en fijngevoeligs, iets puurs en speels wat me aan het einde van lange dagen helemaal in weet te pakken. Vooral ballads als 'I'm a Fool to Want You' en 'The Golden Striker' zijn griezelig perfect uitgevoerd.
De heren hielden de goede sfeer er tot in de kleine uurtjes in, getuige de laatste track, een - hoe kan het anders - laidback bluesjam die kennelijk werd opgenomen toen iedereen al aan het inpakken was. En het is allemaal kraakhelder opgenomen, alsof ze in je slaapkamer staan te spelen. Precies wat je hoopt van een Blue Note uit die periode dus. Een aanrader, voor de liefhebbers.