Een miskend talent wat mij betreft, en gezien alle reacties op zijn oeuvre op deze site is Roden in Nederland niet meer dan een voetnoot gebleken. Terwijl de beste man vooraan heeft gestaan bij het uitdelen van zangcapaciteiten.
Hoewel Roden al naam maakte met The Alan Bown en Bronco is hij wellicht bekender vanwege zijn werk met The Butts Band. Na het overlijden van Jim Morrison verbleven de overgebleven leden van The Doors enige tijd in Engeland. Hier maakten zij kennis met Jess Roden. In deze samenstelling maakten de heren 1 titelloze plaat, heerlijk swingende rhythm en blues maar het maakte maar weinig tongen los.
Na dit avontuur besloot Jess het solo te gaan proberen, ervaring genoeg en hopende op meer succes timmerde hij in diverse samenstellingen aan de weg. The Player Not The Game is zijn 2e soloplaat en het is
een overwegend rustig album.
Zijn titelloze solodebuut uit 74' kan mij een stuk beter bekoren. Die schijf bevat een fraaie mix van dampende funk, fijne soul en swingende rhythm & blues, een prima debuut. De plaat is deels opgenomen in New Orleans en lichte invloeden uit deze lome stad zijn merkbaar op de schijf.
Voor The Player Not The Game tapt Roden uit een ander vaatje, het songmateriaal is overwegend rustig van aard en zal de liefhebber aanspreken die laat op de avond tot rust wil komen. Soulvolle songs voor bij een nachtkaars en daar is niks mis mee. Dat geldt ook voor man's stem, wat blijft Roden toch een prachtige stem hebben. Voor mij is het allemaal echter te rustig en mis ik de veelzijdigheid van zijn voorganger. Slecht is het niet maar een gebrek aan spanning en afwisseling breekt deze plaat op. Beste song; Woman Across the Water, de arrangementen en achtergrondzang maken het tot een fijne track.