In de liner notes staat: "Ólöf's music is often delicate and fragile but also brave and passionate. Her songs resonate something luminous and youthful, however the undercurrent is dark and ancient." Dus ik ben niet helemaal gekke henkie als ik bij beluistering het onmiskenbare gevoel krijg dat er in de uiterst noordwestelijke hoeken van Europa vast al wel duizend jaar vrouwen zijn die op een vergelijkbare manier hun liedjes met een gevoel van levenservaring zingen. Natuurlijk niet met de instrumenten erbij die je hier hoort, maar daar ligt het niet alleen aan dat Ólöf' Arnalds toch met tenminste één voet in de moderne tijd staat, de mooie en inventieve melodieën zijn daar ook wel debet aan. Het zijn de innerlijke tegenstellingen (modern-oeroud, lieflijk-duister, breekbaar-stoutmoedig) die deze muziek goed maken, het is de bonus van emotionele expressie die deze muziek voor mij érg goed maakt. Aan de andere stemmen hier te zien ben ik daardoor dan wél een beetje gekke henkie, maar dat is dan maar zo.