Vanaf de jaren ’60 voltrok zich een renaissance van de folk. In het Nederlandse taalgebied liep Vlaanderen voorop, mede omdat het daar ook een protestmiddel was tegen de overheersing van het Frans.
Als het Nederlandse Wolverlei in 1978 debuteert, is de trend inmiddels passé. Nieuwe ontwikkelingen als de synthesizer beginnen steeds nadrukkelijker hun stempel op de muziekwereld te drukken. Boze punk, onstuimige new wave en allesoverheersende disco drukken dit soort "lieve hippiemuziek" in de hoek van ouderwets. Met het verschijnen van dit tweede en laatste album van de groep, genaamd
Wind tegen (1980), is folk helemaal uit de mode.
Zeker in Nederland, waar het genre sowieso minder invloedrijk was dan in de buurlanden. Wie dit album beluistert, weet het zeker.
Wind tegen verdient (her)waardering.
Er klinken alleen maar goede liedjes, die ongeveer 50/50 zijn verdeeld in vocaal en instrumentaal. Hierbij zijn vaak een hurdy-gurdy en viool te horen, maar ook fluit, mandoline en zelfs een draagbaar orgel komen langs. Bij de gitaren wordt vermeld
in welke stemming die stonden, dat zie je zelden.
Qua sfeer word je meegevoerd naar de Middeleeuwen. Desondanks zijn de teksten goed te begrijpen, ondanks het soms ouderwetse taalgebruik. Het vergroot het gevoel van authenticiteit en tegelijkertijd word je in de verhalen getrokken.
De thema’s zijn tijdloos. Zoals in
Dezen avond, over een meisje dat haar zwangerschap verbergt. Of in
Die zusters, over het verschil tussen arm en rijk.
Wie wel eens op een kerkhof met oorlogsgraven is geweest, begrijpt extra goed de sterke tekst van het zelfgeschreven
14-18. Ik belandde in 2018 min of meer toevallig bij een
Duits-Frans kerkhof, op Belgische grond tussen Saint-Hubert en Bouillon. Het was maar klein, maar mijn neef telde de graven, lengte maal breedte. Het was schrikken: op dat kleine stukje grond lagen er meer dan vijfhonderd! Dan komt de tekst van dit lied extra binnen:
“Van blinde trots en heerszucht aan iedere kant, en een hele generatie geslacht en verbrand.” Nu er opnieuw een oorlog op Europese bodem woedt, komen die woorden extra dichtbij.
De laatste tien (?) jaren krijgt folk in de landen rondom ons nogal eens nieuwe aanwas, met name in Duitsland. Of wat te denken van het festival Castlefest? Kennelijk blijft er behoefte aan deze vorm van akoestische muziek, waarin traditie, historie en eigentijdsheid worden gecombineerd.
Voor het gemak
hier de link naar de A-kant van de plaat, de B-kant wordt daar vanzelf getoond.
Daarbij ben ik benieuwd wat
Parlotones’ bevindingen zijn, nadat hij hierboven zijn nieuwsgierigheid deelde. Is hij net zo enthousiast als ik? Ik noteer vier sterren.