Ah, de 90s. Dat tijdperk dat ik wel heb meegemaakt maar wat achteraf toch grotendeels aan me voorbij blijkt te zijn gegaan. De afgelopen 15 jaar heb ik ervan genoten om allerlei klasse-platen die destijds het licht zagen langzaam te ontdekken. Van het werk van Morphine tot Fishmans en van Autechre tot de vele hip-hop klassiekers uit die tijd. Te veel muziek en veel te weinig tijd. Het lijstje essentiële hip-hop albums is echter nog lang niet afgewerkt, en zo hadden de twee klassiekers van Digable Planets - uiteraard al jaren op het lijstje - tot mijn schaamte nooit eerder in hun geheel mijn oren bereikt. De hoogste tijd voor een rectificatie.
Jazz Rap dus. De meest voordehandliggende vergelijking is wellicht ATCQ (naast Jazzmataz, Guru doet niet voor niks ook mee op deze plaat), en ik verwachtte dan ook een album in die lijn, maar de vibe, humor en politieke lading zijn hier behoorlijk anders. De muziek leunt ook dichter tegen 'echte' jazz aan, wat deels te danken is aan het feit dat deze plaat tot stand is gekomen tijdens lange jam-sessies in de studio met lokale jazz-muzikanten. Dat hoor je dan ook aan het resultaat: er hangt een organische en ongeforceerde vibe over het hele album heen. Ook live werden de drie MC's regelmatig vergezeld door bas-, drum- en saxofoonspelers.
Maar het blijft niet enkel bij een fijne sfeer; de plaat staat ook gewoon vol kleine en grote hoogtepunten. Van de diepe grooves op
Dial 7 en
9th Wonder, de extreem chille en minimalistische vibrafoon op
Graffiti, de slicke bastonen van
Black Ego, de liefdevolle ode aan muziek & Brooklyn in
The Art of Easing, tot de realisatie dat de MC's van dienst liever opscheppen over hun haar dan over materiële zaken, ondertussen achteloos jazz-legendes zoals Milt Jackson en Eric Dolphy namedroppend. Er is zelfs een referentie naar Walt Whitman. Bovendien zorgt Ladybug Mecca voor een fijne variatie in het geluid, vrouwelijke emcee's blijven toch een zeldzaamheid - zeker destijds. (Mecca doet overigens ook mee aan Brookzill!,
deze Braziliaans-Amerikaanse hip-hop fusie-plaat die nu ook mijn interesse heeft gewekt.)
De gastbijdrages zijn verder mooi gedoseerd over het album en vinden elk een fraaie balans tussen het brengen van hun eigen stijl en zich schikken naar de overkoepelende sound van het album. Guru slide met zijn diepe stem sowieso perfect het album binnen op
Borough Check en Jeru klinkt opvallend ontspannen op
Graffiti. Sarah Anne Webb's bijdrage op
Dial 7 geeft me bij momenten flinke Erykah Badu vibes, op de best mogelijke manier. Ik ken haar verder niet en de albums van haar band
D-Influence stonden tot voor kort niet eens op de site, maar het zou me niet verbazen als Badu een aantal maal naar dit nummer heeft geluisterd voor ze in 1996 de studio indook.
For Corners, tenslotte, is een perfecte afsluiter. Alsof de laatste tonen van het album langzaam uit de boxen sijpelen, terwijl de zon langzaam ondergaat aan het eind van een lome zomerdag, enkele auto's op de achtergrond naar huis rijden over asfalt dat nog nazindert van de hitte, een handvol tieners bezweet ergens op een veldje hun potje basketbal afmaken, de laatste kooltjes in de bbq op gehoorafstand nog wat nasissen, en je ergens op een dakterras de laatste slok uit je inmiddels veel te lauwe biertje neemt.
Het productiewerk van Dave Darlington is daarnaast werkelijk subliem. De plaat klinkt ontzettend fris, helder en organisch. Het geluid is vol en gedetailleerd, jazzy zonder dat het ook maar ergens glad of gelikt wordt of aan eigenzinnigheid hoeft in te boeten. Een absolute '90s-klassieker dus, die ik na enkele maanden luisteren al voorzichtig tot mijn favoriete albums uit de '90s durf te rekenen. Of de plaat die status waar kan maken, en wellicht nog verder gaat groeien, zal de tijd moeten uitwijzen. Voorlopig ben ik er nog niet op uitgeluisterd, en nu de temperaturen weer stijgen ga ik hier de komende zomer nog eens extra van genieten, gok ik zo.