Ik gok dat de meeste mensen (en zéker de meeste niet-Amerikanen) bij de naam Al Jolson alleen nog maar zullen denken aan de man die met zijn zinnetje "Wait a minute, wait a minute – you ain't heard
nothing yet!" de tot dan toe stomme film
The jazz singer (1927) promoveerde tot de allereerste "talkie" ooit. Feit is echter dat Jolson (1886-1950) de belangrijkste en beroemdste Amerikaanse zanger, entertainer en performer van de eerste helft van de twintigste eeuw was, met grote bijdragen aan de ontwikkelingen en de successen van blackface, vaudeville, revue, musical comedy en film. Daarnaast beleefde zijn carrière in 1946 een spectaculaire comeback dankzij de film
The Al Jolson story (waarin hij niet speelde maar waarvoor hij wel de liedjes opnieuw inzong), en toen hij in 1950 stierf was dat als "The world's greatest entertainer" wiens populariteit door jongere zangers als Bing Crosby en Frank Sinatra eigenlijk nauwelijks bedreigd werd en die er ook nog eens een levenstaak van had gemaakt om de overzeese troepen tijdens de Tweede Wereldoorlog en later in Korea te komen vermaken.
Het is misschien raar dat een zwarte pop- en proto-soul-zanger zich zo aangesproken voelde door een Joodse zanger van soms sentimentele ballades die ook nog eens een halve eeuw eerder debuteerde, maar aan de andere kant is het eenvoudig om te horen wat Jackie Wilson allemaal zo in Jolson aantrok : zijn extraverte voordracht, zijn gevarieerde repertoire, zijn dynamiek en zijn bruisende persoonlijkheid op het podium moeten hem tot Wilsons grote voorbeeld hebben gemaakt, en wat dat betreft was dit album voor Wilson een buitenkans zowel om eer te bewijzen aan zijn grote voorbeeld als om een plaat te maken met covers van geliefde liedjes waarin hij zelf zijn ziel en zaligheid kwijt kon.
Het resultaat is een zeer onderhoudende plaat met versies van diverse van Jolsons beroemdste nummers, waaronder twee van de liedjes waar hij nog altijd mee geassocieerd wordt,
Sonny boy en George Gershwins
Swanee (vernoemd naar de rivier de Suwannee in Florida en Georgia), maar ook diverse andere beroemde titels zoals
California here I come,
April showers en de prachtige afsluiter
In our house. De arrangementen (combo, blazers en strijkers, en af en toe een voorzichtig koortje) en het geluid zijn natuurlijk wat moderner, en Wilsons vocale acrobatiek moet je net zo liggen als Jolsons incidentele sentimentaliteit ("You're sent from Heaven, and I know your worth / Why, you made a Heaven for me right here on earth / And the Angels, they grew lonely, and they took you because they were lonely / Now I'm lonely too, Sonny boy..."). Maar het moet gezegd worden dat Wilson zijn zang redelijk strak houdt en nergens echt "over the top" gaat, hetgeen de beluisterbaarheid van deze sympathieke plaat zeer ten goede komt.
Momenteel verkrijgbaar op een redelijk klinkende CD van Hallmark/Pickwick uit 2012, met minimale annotatie (enkel de componisten worden vermeld, maar verder is zelfs het jaartal van de oorspronkelijke release niet te vinden) en helaas zonder Wilsons eigen oorspronkelijke hoestekst, maar die laatste is nog wel online te vinden. Zie ook
Nowstalgia (1974).