Folk saai? Zal best maar als ik opener, tevens titelsong Rosemarie hoor denk ik wel anders: een heerlijk omfloerst trompetje (zou Beirut hier stiekem aan hebben bijgedragen?), percussie en hemelse engelenzang ingebed in een of ander exotisch instrument.
Goedendag dames en heren dat is zeer fijn binnenkomen! Kunt u dat nog een keer doen? O ja, er is zoiets als een repeat-knop maar die bewaar ik voor later want ik wil meer, veeeeeeel meer!
Glow Worm bijvoorbeeld: even fijn wegdromen op zoetgevooisde klanken en weer duikt dat trompetje op wat deze folk net even een andere, ietwat spannender richting opduwt (Beirut ligt weer op het puntje van mijn tong, maar ook Eighteenth Day of May of Espers). De zang doet denken aan Kate & Anna McGarrigle zoals ik al zei, maar misschien komt dat meer door de manier waarop ze dit samen doen.
Under the Trees begint langzaam op toeren te komen en krijgt iets meedeinerigs met zich mee. Later voegt een fluit zich bij het geheel zoals dat ook netjes hoort binnen deze ietwat zweverige muziek.
Dance with the Sea start juist weer een stuk kleiner. Het is een lieflijk liedje met belletjes en andere tinkelende geluiden (drunken fairies? welnee, deze fairies zijn zo nuchter als wat).
Labyrinth heeft wat oosterse invloeden en wat klinkt die fluit hier doorheen dwarrelend toch akelig lekker. Het hele ritme van dit nummer heeft ook iets dwingends en je moet moeite doen om je voeten stil te houden tijdens deze 3.52 minuten. Met een beetje mazzel lukt een klein rondedansje ook nog wel.
Oak and Ash is puurdere folk met nadruk op de akoestische gitaren zelfs al klinken ook in dit nummer de belletjes weer zeer aanwezig. Je voelt de ochtend-mistdampen langzaamaan wegtrekken om plaats te maken voor een fris lente-zonnetje.
Moon Is a Pearl borduurt voort op het vorige nummer: het klinkt iets eenvoudiger alhoewel ook hier de aanwezige trompet me bij de les weet te houden (want met dit soort albums schuilt toch ook altijd wel het gevaar dat je na verloop van tijd wat inkakt).
Sun Is Coming Out, een fris regenbuitje op een aangename lentedag, duurt ook niet echt lang, een minpuntje wat ik bij veel soortgenoten toch nog wel eens moet constateren. De hele tijdsduur van dit album blijft dan ook zeer goed binnen de perken en misschien is dat ook de kracht hiervan.
Thistletown is wat mij betreft een rijke aanvulling aan deze tak van de folk-boom. Espers en consorten hebben concurrentie gekregen.
Misschien een beetje zweverig, maar wel lekker.