Eén van de bands die op mij al heel jong een onuitwisbare indruk maakte is Ekseption. Regelmatig luister ik er nog naar, bijvoorbeeld als ik midden in de nacht wakker word en de behoefte voel aan bekend werk waarin ik dan probeer nog iets nieuws te ontdekken. En niet zelden lukt dat ook.
De Haarlemse band ontstond in 1967 uit het schoolbandje The Jokers en won in augustus 1968 de eerste prijs op het Loosdrechtse Jazz Festival. Aan de hoofdprijs was het maken van een single verbonden, onder leiding van Tony Vos, jazzmuzikant, producer bij Phonogram en lid van de Veronica-familie. Die single kwam er niet maar wel een platencontract bij Philips/Phonogram.
De band, onder leiding van Rick van der Linden, zocht naar inspiratie voor materiaal om een elpee vol te kunnen spelen. De groep bezocht een optreden van de Engelse band The Nice en ineens werd het duidelijk: Ekseption zou bewerkingen gaan maken van bekende klassieke stukken. Een nieuw fenomeen in de wereld van de Nederpop. Van der Linden had een conservatoriumopleiding als pianist en wilde enkele stukken uitvoeren met Ekseption op een festival in Haarlem, samen met het Noordhollands Philharmonisch Orkest, maar het orkest weigerde medewerking aan de popbewerkingen.
Uiteindelijk vormden die stukken toch de basis voor het eerste album dat begin 1969 uit kwam. Groot succes werd de single The 5th, met op de B-kant Sabre Dance. Later dat jaar deed Air, met het eveneens prachtige Concerto op de B-kant, het nog iets beter, met een tweede plaats in de Top 40 en 16 weken notering. Hierbij moeten we niet denken aan verkoopaantallen alleen, maar ook de positionering door Veronica die met Tony Vos, echtgenoot van Tineke, de helpende hand bood.
Vos produceerde de plaat en speelde vermoedelijk ook mee als sopraansaxofonist, al staat hij niet vermeld bij de credits. De tracklist bestaat uit bij elkaar geraapt materiaal. Naast de meesterlijk verpopte klassieke stukken, vinden we Canvas van Brian Bennett, This Here van jazzmuzikanten Bobby Timmons en Jon Hendricks en niet te vergeten Dharma for One, geleend van Jethro Tull. Slechts één volledig eigen compositie siert de lijst: Little X Plus.
Ekseption had nu een eigen geluid en een eigen positie ontwikkeld. In de basis de klassieke muziek, met de spannende dialoog tussen barok toetsenwerk van Rick en jazzy blaaswerk van Rein, in een vorm zoals we die nog niet kenden. Een hit-formule, maar ook een stempel waaraan de band zich niet of nauwelijks wist te ontworstelen. Het succes kende een prijs, zeker voor Rick van der Linden.
Hij raakte vastgeketend aan de naam en de hits van Ekseption. De hoogbegaafde toetsenist wilde verder zijn vleugels uitslaan, maar zijn band kon dat niet volgen. Later, in 1973, leidde dat tot een breuk in de groep. Rick ging solo en trompettist Rein van den Broek ging verder in de jazzrichting onder de naam Ekseption. Latere pogingen, zoals in '81en ’89 de band te reanimeren, met een teruggekeerde Rick van der Linden, bleven steken in herhaling van zetten en succes bleef uit.
Deze debuutplaat geldt nog steeds als hét geluid van de succesformatie. Niet meteen het beste en meest uitgekristalliseerde album. Wel een album waar de vonken vanaf spatten. Ekseption had een onstuimige drang vooral luid en duidelijk gehoord te worden. Een schok destijds voor de conservatieve wereld van de klassieke muziek. Maar bewonderenswaardig talentvol, deze band.