Zojuist weer eens beluisterd (de originele versie) en ik moet zeggen dat ik dit misschien wel het hoogtepunt van de groep vind. De geluidskwaliteit is voor de standaard van tegenwoordig niet goed, maar in de tijdsgeest is het nog wel te snappen dat de heren niet echt de middelen hadden om het anders te doen klinken.
Het album begint gelijk met twee klassiekers: het door Ronnie Drew gezongen "Seven Drunken Nights" en het mooi door Luke Kelly gebrachte "The Galway Races". Ronnie Drew's "The Alarm Clock" is misschien een stuk minder bekend, maar is vooral tekstueel weer erg sterk, maar dat vind ik wel vaker met het meer serieuze materiaal van deze groep.
Waarom ze ooit ervoor gekozen hebben om "The Fairmoye Lasses & Sporting Paddy" als vaste concertopener te nemen is mij een raadsel, want persoonlijk vind ik "Colonel Fraser & O'Rourke's Reel" minstens zo sterk. Misschien in het begin wat minder uptempo dan de eerstgenoemde track, maar dat maken de heren op het einde van de track zeker nog wel goed. Een onderschatte tune van de heren.
Daarna volgt gelijk nog zo'n sterk nummer "The Rising of the Moon", ook een nummer die de klassieker status nooit behaald heeft. Het word prachtig gebracht door Luke Kelly met in het refrein bijval van Ronnie Drew. Verder levert Ciarán Bourke of John Sheahan nog een sterke bijdrage op de thin whistle.
Met "McCafferty" heb ik dan persoonlijk niet zoveel. Veel meer dan een ritmegitaar, McKenna's banjo en een mondharmonica is er niet te horen. Ronnie Drew heeft wel vergelijkbare nummers gezongen en dan heb ik iets als "McAlpine's Fusiliers altijd wel sterker gevonden.
Op "I'm a Rover" doet Kelly het weer goed en levert Sheahan ook een sterke bijdrage op zijn viool.
Verder heb ik "Weila Waile" altijd al een leuk nummer gevonden en hij doet het nog steeds goed. Zo'n leuk verhaal is het eigenlijk helemaal niet als je naar de tekst luistert, maar de melodielijn en de zang van Drew maken het wel leuk. Een aanstekelijk nummer.
Op "Limerick Rake" krijgt Bourke even de ruimte om te schitteren. Geen muziek deze keer, maar enkel de man zijn stem. Hij weet het op een boeiende manier te brengen en bewijst dat men soms helemaal geen instrumentale begeleiding nodig heeft. Een mooi, haast poëtisch nummer.
"Zoological Gardens" heb ik persoonlijk nooit heel interessant gevonden, maar met "The Fairmoye Lasses & Sporting Paddy" weten ze de luisteraar weer helemaal wakker te schudden. Ik heb altijd het idee gehad dat ze, vooral in live setting, altijd hun best deden om hun speelsnelheid weer wat te overtreffen (McKenna en Sheahan). Dit kan echter ook gewoon komen door de uptempo, haast gejaagde melodielijn.
Daarna gooit Luke Kelly er nog zo'n echte Dubliners klassieker er tegenaan. "Black Velvet Band" heb ik qua lyrics nooit zo interessant gevonden, maar de manier waarop de heren het brengen, of het nu Kelly is of Cannon, is altijd wel sterk.
Kelly krijgt ook nog de eer om het album af te sluiten met het uptempo "Poor Paddy on the Railway". Wederom een best serieuze tekst, maar door de uptempo melodielijn raak je er eerder opgewekt van dan dat je gaat nadenken over het onderwerp. Stiekem ook weer een van de krachten van The Dubliners: het hoeft niet altijd even serieus genomen te worden.
Een prachtig tijdsdocument voor de liefhebbers van de Ierse groep.