Op reis door de new wave van juni 1980 kom ik van de Engelse
Toyah bij de Californiërs van The Motels. Naast de maand van verschijning van de platen zijn er nog eens drie overeenkomsten: beide groepen werkten met een zangeres (in dit geval Martha Davis), deden dit in de bezetting gitaar-toetsen-bas-drums en het was hun tweede langspeler.
Waar bij Toyah vocale expressiviteit centraal staat, gedragen door een hechte band, is het geluid bij The Motels juist kalm en onderkoeld. In mijn beleving op het vlakke af. Wanneer gaat het nou eens spetteren met een pakkend gitaar- of toetsen- of zanglijntje? En waarom dit album zo passend is bij een relatiebreuk, zoals het vorige bericht beschrijft, ontgaat mij ook. Misschien was het toeval: juiste sfeer op het juiste moment?
Fijn is de kristalheldere productie. Toch ontstijgen slechts het popachtige
Bonjour Baby en het fellere
People, Places and Things de saaiheid. De eerste dankzij een toetsenlijn en het refrein, de tweede mede dankzij een scheurende gitaarsolo, die op een eentonig album als dit plotseling opvalt. Slotnummer
Slow Town groeide geleidelijk uit tot een goede derde met zijn traagheid en melancholie.
De vlakheid wordt eveneens onderbroken door
Envy, maar dan in negatieve zin vanwege de
onnozele tekst.
Jammer dat er hier zo weinig berichten staan, ik zou graag willen spiegelen: ligt dit aan mij en beleven anderen dit juist helemaal níet als saai, maar bijvoorbeeld als 'lekker onderkoeld'? Oftewel, is het een smaakkwestie, zoals ik The Motels'
debuut ook al zo lang vond duren?
In eigen land haalde men met
Careful in augustus 1980
#45. Daarnaast bescheiden succes in Australië en
Nieuw Zeeland. Geen hitsingles, waarmee je The Motels een typische albumband zou kunnen noemen.
Ondertussen vervolg ik mijn reis door wave: terug naar Engeland en het debuut
Where Are All the Nice Girls? van
Any Trouble.