Waar deze drie heren over het algemeen hun meesterlijke samenspel laten horen met behulp van een aantal standardstukken in de jazzmuziek, gaan ze dit keer op avontuur met composities van Gary Peacock, de (contra-)bassist van dienst.
Deze verandering van décor geeft gelukkig weer aanleiding tot veel momenten van verstilde schoonheid, en tegelijkertijd is er ook sprake van een wervelende show met veel plezierige tempowisselingen waardoor hun samenspel constant blijft boeien. Met name in de afsluitende
Trilogy-stukken is dit laatste het geval.
Wat verder opvallend is dat dit album duidelijk maakt dat Jarrett, Peacock en DeJohnette ook écht als gelijken musiceren: ze lijkt alsof ze het ene moment begeesterd in hun eigen spel opgaan, maar hetzelfde moment ook in dienst van elkaar spelen. Dit is nou elkaar aanvoelen in het kwadraat, dunkt me
Kortom, er hangt hier duidelijk weer een flinke portie chemie in de lucht en voor de zoveelste keer is dat absoluut geen luchtvervuiling. Integendeel, je zou hier kunnen spreken over een waarachtige "match made in heaven".
En gelukkig voor ons klinkt het ook zo. Rozengeur en maneschijn alom dus en (alvast) 4,5 dikverdiende sterren
