Tien originelen van Bram & Freek, met de eerste op toetsen en gitaar, de tweede op drums, en als enige extra muzikant gitarist Jan de Hont. Muzikaal wijzen sommige nummers vooruit naar new-wave-(achtige) bands als The Mighty Wah! en de Associates, bijvoorbeeld nummers als Te vroeg, God wat ben ik blij en het titelnummer die leunen op doordreinende slaggitaarpartijen en een kale tribal-drum (niet altijd even spannend), maar de ijzersterke opener en Kauwgom lijken dan weer op (zeer geslaagde) outtakes van de Low-sessies, waarbij het opvalt dat Freek dan misschien geen Bill Bruford is maar hier wel een bijzonder lekkere groove neerlegt.
Om de teksten valt vaak veel te lachen (bijvoorbeeld de ontmoeting met een Molukker met een dubieuze tas in de trein in Niets aan de hand, of de pseudo-hippe Marie-Thérèse die haar "bustehouder" uit wil laten in ruil voor "een blokje hasj" in Morgen ben ik je bruid), maar de overdenkingen van een krankzinnige op God wat ben ik blij stemmen duidelijk wat minder vrolijk, en Kauwgom is een mooi wrang portret van een overspelige man. Een lekker powerpop-slotnummer rondt de plaat perfect af: als dat door de Clash met een goede Engelse tekst was gecoverd zou het in die tijd in Engeland zomaar een top-10-hit hebben kunnen worden. Al met al een goed klinkende en gevarieerde plaat in een genre dat niet veel later opeens Nederpop zou gaan heten, met diverse momenten die nog altijd opmerkelijk fris en vitaal klinken.