Vorige week had ik het erover met
Roxy6 dat er enerzijds zoveel nieuw aanbod van muziek is, maar anderzijds ligt er een berg aan oud werk dat je weer eens wilt beluisteren of zelfs nog moet ontdekken. Tot die laatste categorie hoorde
Strange New Flesh van Colosseum II, waarmee ik mijn reis door het oeuvre van Gary Moore vervolg.
Op 4 januari 1974 speelde Moore zijn eerste (radio)concert als lid van Thin Lizzy, te vinden op de verzamelbox
Rock Legends. Hij nam korte tijd later twee studionummers met de groep op, voor eerst verschenen in 1976 op Thin Lizzy’s verzamelaar
Remembering - Part 1. Spoedig had hij zijn belangstelling alweer verloren, tot spijt van frontman Phil Lynott. Moore was namelijk geïnteresseerd geraakt in jazzrock, waarvan al iets doorklonk op
Grinding Stone (1973), zijn enige album met The Gary Moore Band. In ‘Gary Moore: The Official BIography’ (2022) van Harry Shapiro beschrijft deze vanaf p. 83 wat er vervolgens gebeurde.
Moore heeft geen concreet plan en begint een groep met onder meer zanger Graham Bell en drummer Pearse Kelly, maar de ritmesectie vertrekt na enige jams omdat Moore en Bell iedere keer weer in de pubs teveel drinken om vervolgens ruzie te maken met andere kroeggangers, tot vechtpartijen toe.
In de Londense Marquee zag Moore eind april ’74 een concert van de groep Tempest met daarin drummer Jon Hiseman, die inmiddels al een indrukwekkend cv had opgebouwd. Hij spreekt Hiseman na afloop en de twee komen overeen samen te gaan werken. Eerst neemt Hiseman Moore mee naar Duitsland voor enkele concerten met het project United Jazz and Rock Ensemble. De leden kunnen allemaal noten lezen, in tegenstelling tot Moore, die uit onzekerheid teveel gaat drinken. Jon spreekt hem hier niet zachtzinnig op aan. In augustus beginnen ze de groep Ghosts, waarvoor spoedig zanger Mike Starrs wordt gevonden.
Ondertussen is Moore ingetrokken bij zijn nieuwe vriendin Donna, die getuige is van enkele paniekaanvallen en de problemen met drank en vechten zijn nog niet voorbij. Tijdens één daarvan krijgt Gary een uithaal met gebroken glas. Omdat hij weigert deze fatsoenlijk te laten verzorgen, behoudt hij de rest van zijn leven een litteken in zijn gezicht.
Gelukkig voegt zich dan toetsenist Don Airey bij de groep die bassist Neil Murray meeneemt, net als hij afkomstig uit Cozy Powell’s Hammer. In augustus 1975, een jaar later, gaat de groep de studio in. Inmiddels heten ze Colosseum II, verwijzend naar de jazzrockgroep met Hiseman, in de jaren 1968 – 1971 actief. Dit omdat platenbaas Gerry Bron van Bronze Records zegt 'Ghosts' niet te kunnen verkopen.
Mijn herinnering was dat dit album pure jazzrock bevatte, maar daarvan kom ik terug. Alhoewel er wel degelijk de nodige jazzinvloeden zijn te horen, is het vooral progressive rock wat ik hoor. Tweede verrassing is dat Moores gitaarspel niet domineert.
Sterker nog, in het door Airey geschreven en instrumentale
Dark Side of the Moog (prachtige woordspeling!) staan diens toetsen centraal. Het is alsof hij een voorschot neemt op zijn toetreding in 1979 tot Rainbow. Met vergelijkbare toetsengeluiden als op klassieker
Rainbow Rising, eveneens uit ’76, wordt hier luid en magistraal gemusiceerd.
Down to You is een bewerking van een liedje van Joni Mitchell en bron van de albumtitel. Voor het eerst horen we Mike Starr zingen. De man blijkt een fraaie stem te bezitten, mede daardoor moet ik enigszins aan de “sophisticated jazzpop” van Steely Dan denken.
Gemini and Joe sluit de A-kant af, deze keer klinken ook funkinvloeden door, waarbij de stem van Starr goed gedijt.
Op het stevige en melodieuze
Secret Places levert Moore naast zijn gitaarspel een tegenstem. Het nummer doet denken aan een gecompliceerde versie van Uriah Heep, alweer een hoogtepunt.
On Second Thoughts is juist ingetogen met zwoele pianoklanken, het afsluitende
Winds begint met een drumsolo, waarna alle groepsleden hun kunnen tonen. Mijn associatie qua muziek is er hierbij wederom één met het Kansas van hun prog-jaren ’70.
Strange New Flesh verschijnt in april 1976. Omdat Gerry Bron te druk is met Uriah Heep in de Verenigde Staten, neemt diens vrouw Lilian de honneurs namens Bronze waar. Zij eist dat Starrs de band verlaat, omdat hij tijdens de optredens niet
“rocky, strong” overkomt maar
”cabaret” . In juni verlaat hij de groep en gaat men als een instrumentaal kwartet verder. Als Gerry Bron terugkeert in Londen, weigert deze verder te gaan met de groep en moet een nieuwe platenmaatschappij worden gevonden.
In 2005 verscheen het album bij Castle met een bonus-cd. Gitaarliefhebbers die vinden dat Moore te weinig ruimte krijgt op Colosseum II's debuut, kunnen alsnog hun oren verwennen met bijvoorbeeld
Gary’s Lament. Ook op streaming te vinden.
Strange New Flesh openbaart bij vaker draaien diverse prachtige details. Geen pure jazzrock, daarvoor is het te mainstream. Tegelijkertijd geen licht verteerbaar beschuitje. Progressive jazzrock, is dat een toepasselijk labeltje?