Ik heb er vier luisterbeurten op zitten, maar de kwartjes beginnen nog niet enorm te vallen. Ik weet de helft van de tijd niet goed waar ik nu naar aan het luisteren ben: ik hoor vals gestemde gitaren, huilende wolven, vervormingen, gezoem, gebrom, kinderspeelgoed, klokken, een radio, en wat dies meer zij. Lau Nau wisselt liedjes af met wat ik toch het beste zou kunnen omschrijven als klankwerelden, vaak zonder zang. Hoewel ze geen grootse zangeres is, merk ik dat ik juist opveer op de momenten dat ze wel zingt en de nummers enigszins op liedjes beginnen te lijken. Dat is met name het geval bij het fraaie Painovoimaa, Valoa en ook Ruususuu, Rubiinilasia en Lähtölaulu vind ik nog wel wat hebben. Het tweede deel van het album, van Maapähkinäpuu tot Vuoren Laelle, bevalt me echter een stuk minder. Stuk voor stuk dwarse nummers die alleen maar enorm tegen de haren in strijken, niet aan mij besteed. Met uitzondering dan van het tweede deel van Vuoren Laelle, best mooi hoe de samenzang het nummer en het album afsluit. Al met al een behoorlijk fascinerend album, maar niet per se in positieve zin. Ik denk dan ook niet dat een vijfde luisterbeurt snel zal volgen.