De zwanezang van Nils Lofgrens eerste band Grin (althans voor het CBS/Epic-sublabel Spindizzy, een jaar later volgde er nog een album Gone crazy voor A&M). De plaat is eigenlijk niet zoveel minder dan z'n twee voorgangers, zeker niet qua niveau en diversiteit van de composities, maar veel van mijn plezier wordt nogal vergald door de zang : niet alleen lijkt de vlakke stem van drummer Bob Berberich een groter aandeel te hebben in de nummers die hij mag zingen (met name in het titelnummer gaat hij met zijn steeds overslaande nep-country-stem gruwelijk over de schreef), maar ook koos de band ervoor om Kathi MacDonald als achtergrondzangeres in te huren, en haar schrille gekrijs verpest diverse nummers die zonder haar veel beter af waren geweest. Lofgren in 1973 : "Looking back on Kathi, it all sounded so good at the time that we probably overdid it a little." (Hoe vriendelijk : niet "she sounded awful" maar "we used her too much on the songs".)
Love again is bijvoorbeeld een prachtig mid-tempo-ballade met fraaie tingel-tangel-piano en ontroerende zang van Lofgren, maar in de loop van het nummer krijgt MacDonald steeds meer gelegenheid om haar getetter ten gehore te brengen, en wanneer het tempo op het einde wordt verdubbeld mag ze zelfs in beide boxen meebrullen – ik kan er echt niet tegen. In vergelijking met haar hoor ik zelfs Berberich nog liever; zijn samenzang met Lofgren op het prachtige openingsnummer is zelfs heel effectief, en ook op She ain't right doen het ze het prima getweeën, totdat MacDonald weer binnen komt zeilen met al dan niet geïmproviseerd geschreeuw, gebrom en geblèr.
Maar zoals gezegd, wie daaraan voorbij kan kijken vindt hier net als op de vorige twee Grin-albums een aardige verzameling nummers die pop (Ain't love nice), rock (Heart on fire), country (Don't be long) en blues (Heavy Chevy) vaardig afwisselen, alles altijd smaakvol gearrangeerd en gespeeld en immer gekenmerkt door het geweldige en kleurrijke gitaarspel van Nils Lofgren, duidelijk de grote man in deze band (zang, gitaar, toetsen en praktisch alle composities). Overigens wordt hij hier niet alleen bijgestaan door Berberich, bassist Bob Gordon en zangeres Kathi MacDonald, maar ook door zijn broer Tom op gitaar, hetgeen een mooie toevoeging is, maar dat Nils het allemaal ook best zèlf kan bewijst hij met de enorme hoeveelheid trucs die hij uithaalt op "the 'Gold Rush' Martin D-18" (een kadootje van Neil Young) tijdens het instrumentale slot van het laatste nummer Rusty gun. Een waardig einde van een intrigerend trio albums.